Kunstpuzzel

21/09/2013

Ik ben in mijn atelier in Ibrahimpaşa hard aan het werk voor een solo-expositie in Ankara in februari 2014.

Al jaren werk ik aan een serie over de Hettieten in Turkije. De Hettitische volkeren zijn een van de vroegste en weinige volkeren waarvan zoveel rotsreliëfs, inscripties en beelden bewaard zijn gebleven. Ook hadden ze archieven vol contracten geschreven op kleitabletten. Dit maakt de Hettieten uniek en voor mij een inspiratiebron in beelden.
Ik maak frottages (een directe afdruk van de reliefs op een ondergrond van doek met grafietstift) van de hiëroglifische rotsinscripties en gebruik bepaalde details uit de talloze afbeeldingen in mijn vrije werk. De serie werken die hieruit is ontstaan geeft een sferisch beeld van de Hettitische inscripties gcombineerd met mijn persoonlijke symbolentaal.

De grootste frottage die ik heb gemaakt voor deze expositie is van Topada, een rots met inscriptie van 4 – 5 meter vlakbij Ağıllı, een dorpje-van-niets op een afstand van 60 km van waar ik woon.

De Topada steen

De eerste test-frottages op de Topada steen

Vroeger, 800 jaar voor Christus, is daar strijd geleverd tussen koning Wasusarma van het Tabal Koninkrijk en de opstandige stadsstaat Parzuta. Dit was blijbaar een belangrijk wapenfeit en reden voor de koning om een van de langste strijdverslagen voor de eeuwigheid te bewaren in steen. Waarom er gestreden werd, wordt niet vermeld, maar wel dat de koning de grootste en sterkste is en veel support kreeg van koningen uit oost, west en zuid en daarmee zijn gelijk had (..) en dus won.

Meer informatie over de TOPADA rotsinscriptie

Kunst is soms puzzelen en archeologie ook.

Ik heb via Theo P.J. van den Hout “Professor of Hittite and Anatolian Languages, The Oriental Institute University of Chicago” een transliteratie van de hiëroglifische rotsinscriptie door J.D. Hawkins kunnen bemachtigen.

Deze tekst bracht me een stuk verder in de duiding van wat ik zag en de rots ging leven. Maar niet alles werd ontsluierd en dat is wat het project boeiend voor me maak. Het gaat mij om de overblijfselen van dat, wat ooit belangrijk was en blijkbaar manifest moest worden uitgebeeld om het nooit meer te kunnen én mogen vergeten.
Met welk doel en voor wie is het dan gemaakt?, vraag ik me dan af. En heeft beeldende kunst ook die pretentie?

Als beeldend kunstenaar hoef je niet exact te werken, tenzij je iets ‘beweert’.
Ik beweer echter niets, ik maak slechts een kunstwerkenserie met een eigen transliteraire interpretatie die iedereen vervolgens ook weer op eigen wijze mag interpreteren. Er is één absoluut doel: het moet goed werk zijn, dus werk met samenhang.
Ik ben, samen met mijn mede-exposant Paul Broekman op de volgende titel gekomen voor onze expositie: STILLE GETUIGEN / SILENT WITNESSES / SESSİZ TANIKLARI.
Zijn we niet, zolang ons collectieve geheugen ons informeert, altijd bezig met de mensheid te organiseren en te begrijpen? Dat laatste is lastig, maar aan het organiseren nemen we allemaal op eigen wijze deel.
De frottage die ik van de Topada steen heb gemaakt is een afdruk van een bericht uit een ver verleden, welke ik verder bewerk en opnieuw doorgeef.

Frottage met kunstenaar

De kunstenaar

Niets zonder moeite...

Niets zonder moeite…

De constructie

De constructie

topada2

Dit beeld wil ik gaan gebruiken om berichten door te geven van recentere gebeurtenissen in Turkije die iconen hebben nagelaten. Te weten:
– De Turks-(Grieks)Macedonische uitwisseling begin 20e eeuw, ‘nagekeken’ door de, door de Turks-Grieken zelf-uitgestoken ogen van hun Griekse heiligen in de rotskerken van Cappadocië,
– Atatürk’s halve democratische republiek die de laatste decennia vooral nog teert op zijn versleten icoon,
– De zeer recente Gezipark-protesten in Istanbul tegen de Islamisering van Turkije en de strijd voor een echte democratie.

Bij het ontwikkelen van kunstwerken is het creëren het belangrijkste omdat concept en beeld daar samenvallen. Dan pas blijkt of het beeld wel of niet geslaagd is in zijn samenhang. Theoretiseren kan uiteraard, maar niet al te veel en te lang want je verliest de theorieën toch in het gemaakte beeld, tenzij je er een tekstbordje met uitleg bij wilt plaatsen. Het beeld moet voor zichzelf spreken.
Ik ben nu op het punt beland dat ik weet hoe ik mijn gigantische frottage van de Topada steen van bepaalde beeldmerken ga voorzien, die een excerpt zijn van de woeligheden van de laatste honderd jaar Turkse geschiedenis: de eeuw van de veranderingen.
Het beoogt geen politieke stellingname te zijn maar een uitspraak zonder oordeel, een observatie. Het gaat over de genoteerde emotie naar aanleiding een bepaalde historische gebeurtenis, die op een gegeven moment niet meer gevoeld kan worden behalve gerelateerd aan een actuele gebeurtenis.

Gemengde techniek met frottage

Gemengde techniek met frottage

Detail

Detail

En zo zijn de beelden van STILLE GETUIGEN de doorgeefluiken van gebeurtenissen uit het verleden, te lezen en te zien door de kijker middels zijn/haar aanwezige kennis en het vermogen om te kunnen interpreteren en dus emotioneel te ervaren.

De expositie wordt gehouden in galerie Kara in Ankara. Deze galerie is de galerie van de subgemeente Çankaya en het persoonlijke kunstkindje van de linkse burgemeester Bülent Tanık (CHP).
De recente politieke gebeurtenissen in Istanbul en de protesten die erop volgden in alle grote steden in Turkije hebben de politiek op z’n kop gezet en een heldere blik gegeven op de huidige ‘democratie’. Ik hoop niet dat door de lokale verkiezingen van maart 2014 deze burgemeester met zijn goede kunstinitiatieven in een klap van de kaart geveegd wordt.

Als dát gebeurt, is dit een van de laatste tentoonstellingen in galerie Kara en valt dan samen met zijn eigen tentoonstellingsonderwerp. De vraag is of de puzzel dan is opgelost…

Atelier met de werken in wording

Atelier met de werken in wording

Advertenties

Nee, ik schrijf nooit over politieke nieuwsonderwerpen. Want dit vereist accuratie over de actualiteit die ook meteen vergankelijk is. En ik heb ook het idee nooit dusdanig volledig te kunnen zijn dat daarmee correcte opinievorming wordt bereikt. Anderen kunnen dat beter.
Maar vandaag, zaterdag 21 januari 2012, las ik een opiniestuk in De Volkskrant geschreven door Betsy Udink, de vrouw van oud-Turkije ambassadeur Marcel Kurpershoek met de titel: ‘Turkije, van militaire staat naar politiestaat’.
Betsy Udink is een Nederlands schrijfster en journaliste en schreef voor onder meer de Nederlandse kranten NRC Handelsblad, De Volkskrant, Het Parool, Vrij Nederland en Trouw. Ze verbleef in Caïro, New York, Damascus, Beiroet, Ankara en Brussel.
Dit opiniestuk in De Volkskrant is zeer verhelderend over hét politieke onderwerp van nu in Turkije, namelijk Ergenekon – de Diepe Staat. Ik het daarom via dit Blog ook toegankelijk maken. Zoals Betsy schrijft, hangt Ergenekon van verwarring en warrigheid aan elkaar, maar is het wel dé belangrijkste onderliggende drijfveer in de vorming van de hedendaagse Turkse staat. Het is er niet en het is er wel…

Ergenekon is er niet, want er is geen bewijs voor.
Ergenekon is er wel, want de Turkse staat wordt er op vormgegeven.
Dat laatste gaat niet zonder geweld en grondwettelijke veranderingen. Dus we hebben het hier over een heel krachtig en uniek politiek mechanisme. Dit mechanisme had niet functioneel kunnen zijn zonder de arm van de Islam, maar ook niet zonder de niche in de Turkse politiek die Erdoğan en zijn AK-partij hebben opgevuld sinds 2003. Let wel: er was dus niets en nu is er iets. Dat niets is de leegte die er was nadat de stralen van de ster van Atatürk meer en meer afnamen en zijn idoolschap kunstmatig in stand werd gehouden. Voor de bevolking werd Atatürk een symbool voor de staat die Turkije was. Maar het hoe, waarom, wat, wanneer is alleen in heroïsche termen te ‘bewonderen’ in Anıtkabir het mausoleum in Ankara van Mustafa Kemal Atatürk, de eerste president van de Republiek Turkije. Bombastische wilde veldslagen met poppen en geluid, bewonderenswaardige portretgalerijen van bewonderenswaardige militairen. Veel adoratie rondom het graf zelf, waar niemand ooit in mag behalve de schoonmaker. Realiteit is er weinig te vinden, wel persoonsverheerlijking. De opgezette hond van Atatürk staat naast zijn gedragen kledij en scheerspullen. Weinig feitelijk historisch is er te vernemen, wel veel wapenfeiten en héél veel spreekt er tot de (analfabete) verbeelding. Je mag alleen maar houden van Atatürk en over zijn dood heen aan Hem en Zijn Strijd snuffelen. Atatürk en Zijn Staat zijn teruggebracht tot Anıtkabir, maar omdat Turkije groot is en machtig wil zijn, bestaat er nu Ergenekon. De Diepe Staat heeft de Oppervlakkige Staat omvergeworpen en arrestaties zijn aan de orde van de dag.
De Turk kan weer verder geloven. Eerst in Atatürk, nu in Ergenekon en later wellicht in de Islamitische Staat.

Anıtkabir

Anıtkabir


Anıtkabir

Anıtkabir


Ergenekon in de nieuwsbladen

Ergenekon in de nieuwsbladen


Fethullah Gülen

Fethullah Gülen - Turkse islamitische prediker en de leider van de Gülen-beweging in Turkije


Met dank aan Betsy Udink.

Het échte Turkije?

02/09/2011

Toen ik drieëntwintig jaar geleden in Turkije kwam en vervolgens Turkse vrienden leerde kennen werd me ‘Het échte Turkije’ aangeboden. Als nieuwkomer was ik blij, want dit verhief me boven andere Turkijeconsumenten leek me. Ik voelde me dus vereerd toen en vermoedde dat dit de directe laag was onder de aangeboden toeristenfacade van hotels, pensions, souvenir-tapijt-leerwinkels en de reisjes- en tripjesbureaus.

Het bijzondere van het denken in lagen is dat als je door een laag heen bent gegaan deze zich vervolgens verkleeft met de andere lagen tot een grote ervaring. Waardoor je in feite steeds verder treedt in Het échte Turkije.

Naile, Şeküre en ik


Iedereen kent wel het gevoel, dat naarmate je van iets meer af komt te weten, het lijkt alsof je er juist steeds minder vanaf weet door de diversiteit die zich openbaart. Die fase ben ik gelukkig voorbij, want deze maakte mij onzeker (“wie ben ik in deze Turkse context?”). Maar ik herken deze houding nu goed bij de Nederlandse allochtonen.

Tot Het échte Turkije behoort ook de toeristenfacade, ben ik inmiddels achter. Zowel Turkse als buitenlandse toeristen genieten volop van ’s lands aangeboden pret, franje en toeristenmeuk. En sommige van de kunstenaars die bij ons werken gebruiken die meuk zelfs voor hun projecten. Want meuk plus meuk is Kunst, mits goed gemaakt.

Dat is één manier om Het échte Turkije te leren kennen: via een kunstzinnige bypass. Die buit ik inmiddels uit via een eigen Artist-in-Residency en mijn eigen werk.

Een andere manier is door er te gaan wonen. Dat heb ik gedaan en zo werd ik langzaam maar zeker op een vanzelfsprekende wijze ingewijd in de Turkse cultuur. Of ik wilde of niet, want het moést. Liet ik me niet inwijden dan zou ik zeker weer vertrokken zijn. Met als voornaamste reden dat hetgeen ik tegenkwam van een bijzonder andere orde was dan hetgeen ik thuis gewend was. De mooie Cappadocische natuur zou dan een te gering houvast zijn gebleken. Zo heb ik veel buitenlandse vrienden en kennissen – al dan niet getrouwd met een Turk – verrijkt maar opgelucht weer terug zien gaan naar de thuislanden. De combinatie nomadisch en Aziatisch is niet 1-2-3 te doorgronden en is zowel een leefwijze én een cultuur. Wij Nederlanders vatten dat samen onder de noemer gastvrij (“de Turken zijn zo gastvrij”). Dit klopt.
Maar juist die gastvrijheid is weer onderdeel van een strak geregelde economie op netwerkbasis. En de toerist wordt geacht te consumeren, doet dat groepsgewijs (georganiseerd) op de toeristische high-lights en draagt op die manier het economische steentje bij. Maar, als je als buitenlander niet meer als toerist in het land woont, dien je op eigen houtje bij te dragen aan die economie. En op een gegeven moment moet je de netwerkregels kennen.
Dat is les een.

Tante Hasibe, Özge en ik


Les twee is het begrijpen dat je straf kunt krijgen als je je niet aan de regels houdt. Zie de vele Turkse dorpen als clusters van netwerken (vroeger: tentenkampen) van ‘uitgebreide families’ (sülale) die aan elkaar verplicht zijn. De regels die daarbij horen houden voornamelijk in dat je je verhoudt tot je eigen cluster en met de andere clusters voer je handel of is je vijand. Elke ‘cent’ die wordt uitgegeven en geïnd is ten behoeve van het eigen netwerk. Zoals de uithuwelijkingsrituelen dé terugbetaalmomenten zijn en tevens investeringen in pas-getrouwden. Een goed boek als geschenk op het huwelijk mag altijd, maar heeft geen waarde. Geschonken goud, geld, ijskasten, tv’s enz. worden openbaar op het feest omgeroepen en vermeld op de lijsten van de families om later te kunnen terugbetalen of te innen. Voor de toerist een kleurrijk, maar onbegrijpelijk ritueel, wat in feite keihard is en waar geen romantiek bij komt kijken. Het uithuwelijken van jongeren (vooral meisjes) komt nog veel voor in centraal en oost Turkije, maar is wettelijk verboden. Huwen met toestemming en/of partnerkeus door de ouders of via netwerkbemiddeling komt in heel Turkije voor, ook in de grote steden.

Huwelijk Demet en Mustafa


De muzikant leest de geschenken voor - die genoteerd worden - op het huwelijk van Demet en Mustafa


Onderdeel uitmaken van een netwerk verplicht tot toewijding aan dit netwerk. Je netwerk help/redt/steunt je tot de dood en jij wordt geacht hetzelfde te doen, dit bij gebrek aan sociaal functionerende overheid tot in de uithoeken van het land. Halfbakken kan niet en hier valt niet over te onderhandelen. De enige marge die je krijgt als buitenlander is dat je soms écht niet snapt waar het om draait. Dat wordt je vergeven maar je wordt wel geacht er de volgende keer meer rekening mee te houden. De uiteindelijke straf die gepaard gaat met het niet-meedoen is dat, als je in de penarie zit, niet iedereen (lees: niemand) je komt helpen/redden. Niet-redden betekent simpelweg terug naar huis, al was het maar voor je geluk. Je hebt dan niet veel meer op je stekje in je Turkse woonplaats te zoeken, tenzij je zeer op jezelf bent en/of uitsluitend met mede-buitenlanders in Turkije wilt omgaan. Of natuurlijk consequent getrouwd blijft met een Turk(se familie).
Uitbanning van het netwerk is dus de ergste straf. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom het zo lastig is voor Turkse vrouwen op het platteland om van het willen-scheiden een feit te maken. Juridisch hebben ze namelijk alle rechten sinds Atatürk. Maar wat daarna? Waar naar toe? Wat zijn de Stigma’s? Is er leven na de scheiding?

Oom Durmus en ik


Om maar aan te geven dat Het échte Turkije niet zo heel eenvoudig te begrijpen is, vooral als je er wat mee wilt, zoals er wonen en werken. En dat, als je voor de ontmoeting met Het échte Turkije kiest, de Turken alle bereidheid zullen tonen om je veel te vertellen, tot een zeker punt. Want hoe leg je je eigen cultuur uit; hoe leg je überhaupt je eigen vanzelfsprekende ik uit in relatie tot je eigen cultuur…. En dat geldt voor alle partijen.

Ik denk dat Het échte Turkije begint op het punt waar je als buitenlander (yabancı) verder wilt met het ontmoeten van de bewoners, de cultuur en het land door er permanent te wonen, nadat je veel boeken hebt gelezen, veel in het land hebt gereisd en veel hebt gesproken met Turken én buitenlanders woonachtig in Turkije. Het komt dan neer op ‘n één-op-één ervaringsproces (jij en het land). De enige voorwaarde is dat je van het land houdt of je er op zijn minst diepgaand mee verbonden voelt: “De Turkse aarde hebt gegeten en het Turkse water hebt gedronken,” zoals mijn Turkse ‘vader’ (manevi babam) zegt. Als dit niet het geval is dan wordt je door geen enkel netwerk opgenomen, want Turken hebben hier een neus voor.

Mijn familie en ik


Dit een-op-een proces is als het ware het halen van je master degree in Ervaringsturkologie. Je vindt jezelf opnieuw uit in het andere land, in dit geval Turkije. Het échte Turkije ben je dus Zelf, in hetzelfde Turkije als waar je ooit aankwam en je bent een van de velen die zich er thuis voelen, waarvan de meesten toch Turken zijn. Over mezelf kan ik zeggen dat naarmate ik langer in Turkije woon ik er steeds meer vanaf kom te weten, tegenwoordig vooral op het vlak van gevoelshouding en communicatie. Ik ben echter steeds minder in staat dit uit te leggen aan de niet-Turken in mijn vaderland.

Nu ben ik in Nederland.
Maar doorgaans ben ik in Turkije.
Als ik in Nederland ben zweef ik vaak met mijn gedachten naar Turkije en dit gebeurt ook andersom. Het een is het gevolg van het ander. Dit krijg je als je op twee plaatsen woont en je in beide landen thuis voelt.

Het heen- en weergaan lijkt nu vanzelfsprekend te zijn, maar dat is lang niet zo geweest. De afgelopen jaren was mijn leven knap onrustig, op het chaotische af. Het heen en weer switchen tussen twee landen / leefomstandigheden / klimaten / culturen vereist het hebben van drijfveren en voldoende energie. De belangrijkste drijfveer is de aanvullende werking van de twee plekken, die zou ik niet willen missen, want:

Turkije heeft het landklimaat op de Anatolische Hoogvlakte met droge dorre steppen met grassen; maar – waar ik woon – een prachtig vulkanisch landschap; ik woon en werk er al twintig jaar in grotwoningen; en begeleid sinds zes jaar dagelijks beeldende kunstcollega’s die bij ons werken aan een kunstproject; onze poezen lopen er rond; en, als allochtoon word ik liefdevol omringd door Turkse vrienden; ik ben er in voorjaar, zomer en najaar. Het huis is voorbij het dorpsplein in het oude deel van een orthodox dorp waar iedereen je kent. Ik ben er gelukkig.

Rode vallei


Gomeda vallei


Erciyes vulkaan Cappadocië

Nederland heeft een zeeklimaat; ik er woon er sinds twee jaar in de bossen en heides van de Hoge Veluwe; met veel groen en mos; mijn huis is een chaletje met een tuin; ik werk er achter de computer en in ateliers elders; er heerst rust dus ik kan er ongestoord bezig zijn; de vogeltjes, hertjes en konijnen zijn de tuindieren; mijn chalet heet De Vogelaar; en ik heb de liefdevolle aandacht van een buurvriendin; en vrienden door het hele land; en ik ben er alleen twee maanden in wintertijd. Dit is wonen in een religieuzer deel van Nederland op een onderhouden park met hefboom en een zwembad, waar iedereen je kent. Ik ben er gelukkig.

Otterlo winter 2010/11


Otterlo winter 2010/11


Otterlo's veld

Mijn huis in Turkije is groot: 13 grotkamers (waarvan zes gastenkamers plus een atelier). Het huis in Otterlo is klein, dat heeft er maar twee en een open keuken. Beide huizen liggen zowat in een nationaal park met een internationaal bekend museum. In Nederland is dat park De Hoge Veluwe met museum Kröller Müller en in Turkije is dat het Göreme Nationaal Park met het Openlucht Museum vol rotskerkjes. Beide plekken zijn daarom toeristische hoogtepunten.

Jachthuis St. Hubertus


Rotskerk in Meskendir vallei

Beide plekken hebben een wonderlijke eigen magie, die ik elke dag beleef… Ik zweef van de hoge groene bomen naar de roodgele droge tufbulten en weer terug. De geuren van vochtige lommer en droge aarde slierten voortdurend door mijn hoofd. Soms een totale beleving, vaak een herinnering, de ene plek houdt de andere levend via mijn hersenen en danst ermee, kleurt en mengt.

Vroeger reed ik nog wel eens met de auto heen en weer tussen Nederland en Turkije om spullen te verhuizen.
Dat was in de tijd dat ik mijn grote woonatelier in Den Haag net had opgezegd en alle spullen voor wonen en werken moest comprimeren tot de berging van mijn moeders appartement. Nu ik in Otterlo woon is het deel ‘wonen’ uitgepakt voor het chalet en ‘werken’ wacht op een nieuw te ontwerpen chalet op de plek waar het huidige huisje nu staat. Het nieuwe chalet wordt de maximaal toegestane 55 m2 met comfort, zoals een ligbad en vloerverwarming, en een klein atelier met daklicht en uitzicht over de velden.
Een en ander aan huisraad en ateliermateriaal staat inmiddels ook in Turkije, vooral spullen die daar niet of moeilijk te verkrijgen zijn. Omdat ik halverwege nog niet wist hoe deze complexe aardverschuiving zou gaan verlopen was dit alles logistiek een lastige klus. Daarbij is opslag in Nederland schaars of duur.

Autobahn Duitsland met Turkse roos...

Ik zit nu in het oude huisje De Vogelaar rustig te werken achter de online computer met uitzicht op een beukenbos en met de maïsvelden achter me. De aanmeldingen voor de art-residency in Turkije komen langzaam binnen via de mail en dat kan allemaal per computer worden afgehandeld. Er hangt een wintersfeer en ik kan elke dag indelen zoals als ik wil, niemand die me lastig valt. Ik bepaal wanneer ik mensen wil ontmoeten en wie. Mijn leven in Nederland is ‘zichtbaar of onzichtbaar’ naar keuze en dat bevalt me goed voor een maand of twee.

Huisje De Vogelaar

In Turkije draaf ik over de vijfenveertig traptreden op en neer voor verzorgen, schoonmaak, kunstworkshops, maaltijden serveren en al datgene waar de kunstenaars en andere gasten me voor nodig hebben. Een klop op mijn voordeur met een vraag of opmerking ligt altijd op de loer. Residency-kunstenaars moeten op gang geholpen worden want zonder adviezen en assistentie komen de meesten niet aan de praat. Dat is de aard van het bedrijf: het intermediëren in een andere cultuur.

Als het nieuw te bouwen huisje in Nederland is gerealiseerd dan is de langstdurende en ingrijpendste culturele verschuiving van mijn leven achter de rug en staat alles letterlijk op zijn plaats. Dan kan ik rustig op de ingeslagen weg doorgaan tot dit – om wat voor reden dan ook – niet meer mogelijk is.
Een mens wordt nou eenmaal oud…

de zomertuin van huisje De Vogelaar

Turks is een plaktaal.
Nederlands is dat ook een beetje, maar het Turks is dat in extreme mate. Het Engels is dat bijvoorbeeld helemaal niet, daar staan alle woorden los van elkaar geschreven en heet kniptaal.

Wat wij in het Nederlands in losse woorden zeggen, wordt in het Turks tot één zin gemaakt. Ook is de klinkerharmonie van toepassing. De klank van het woord waarmee de zin start kantelt die hele zin naar die klank toe. Tenzij er een leenwoord in zit. Deze is dan dominant op die plek en kantelt vervolgens de zin naar een andere klank. Er zijn vier klanken: twee open twee dicht.

Hieronder staan een paar beroemde voorbeelden van een Turkse zin als één woord:

“Avustralyalılaştıramadıklarımızdanmışsınızcasına.”
(jij spreekt) “U bent vermoedelijk iemand bij wie we het niet voor elkaar kregen u op de Australiërs te doen gelijken…”

Variant hierop voor de Nederlandse inburgeringscursusambtenaar (dit woord is een mooi voorbeeld van geplakt Nederlands) om uit het hoofd te leren: “Hollandalılaştıramadıklarımızdanmısınız…”
(jij spreekt) “Behoort u tot diegenen die we niet Nederlands hebben weten te maken?”

“Muvaffakiyetsizleştiricileştiriveremeyebileceklerimizdenmişsinizcesin.”
(jij spreekt) “U zou een van diegenen kunnen zijn die niet makkelijk om te turnen valt tot een onsuccesvolle-personagemaker” (= iemand die iemand anders onsuccesvol maakt)

Indrukwekkend wel.

Officiële Turkse taalgebieden

Fréderike Geerdink schreef een blog over een interessante discussie deze week die zij met een paar Nederlanders voerde in Istanbul. Ze vroegen zich af waar zíj eigenlijk politiek zouden staan als ze Turk waren en in Turkije waren opgegroeid…
Kernvraag van dit blog is: Hoe kun je nou écht weten waar je zou staan?

Goed dat je hierover schrijft Fréderike.
Het is onontkoombaar dat je reflecties op reflecties krijgt naarmate je hier langer woont. Het zijn de kleine treetjes op de trap die leiden naar een onbekend eindpunt. Wellicht de pre-babylonische periode :)

Het is een vanzelfsprekend onderzoek zonder specifiek doel. Het is iets wat iemand (van een andere cultuur) overkomt, die hier in Turkije gewoon woont.
Van niemand hoef je te integreren of in te burgeren tenslotte. Niemand vertelt je dat je onaangepast bent of moet vertrekken omdat je anders bent/denkt. Het is een natuurlijk proces waar je in terecht komt door hier te wonen, gecombineerd met een open instelling. En nu heb ik het ook over mezelf.
Toch loopt je ook op eieren omdat je je op onbekend gebied bevindt. Wat is écht waar? En je realiseert je de totaal verschillende waarnemingen van de werkelijkheid, zoals jij zegt: door opvoeding en milieu.

Interessant is ook om het om te draaien. Wat heeft dit inbedden in een andere cultuur met de Turken gedaan die naar Nederland zijn gekomen? En later hun veelal analfabete vrouwen. Waar hadden die mannen het over in hun theehuizen in de Schilderswijk. En wat deden die vrouwen dan? Geen computer met internet waardoor ze contact met thuis konden houden. En al helemaal niemand aan wie ze (onderaan een blogje) konden vragen: “Wat ervaar jij nou?” Zelfs de Nederlanders stonden niet open voor deze vraag. Die hadden al helemaal geen idee over de noden van die op twee-hoogachter verblijvende gastarbeidersvrouwen. Vaak wisten ze niet eens dat ze er waren…

Terug naar hier.
Wij treden naar buiten. En weten signalen op te pikken, we zijn daar gezond in geïnteresseerd en weten ze te interpreteren. Jij ‘urban’ in Istanbul en ik ‘rural’ in Cappadocië.
Het twee-gezichten verhaal ken ik maar al te goed. Als iemand hier aan mij vraagt: “Wanneer wordt je moslim, want dan hoor je er pas helemaal bij!” beantwoord ik dit steevast met: “Wat zou mijn moeder/vader/broer daarvan vinden?” en vervolgens: “Een goed hart is belangrijker.”
Zo voorkom ik die discussie. In zou Nederland zou ik het trouwens als een politieke discussie ervaren. Maar: zou me dit in Nederland overkomen?

Over politiek gesproken. De politiek in Turkije is onduidelijk. Ik ben er van overtuigd dat de heldere politiek ondergronds plaatsvindt. En niet in het publieke gebied. Er zijn heel veel mensen in Turkije die vrije meningsuiting aanhangen, maar deze mening niet kunnen ventileren. Maar als je eenmaal deel uitmaakt van dit gedachtegoed, en je ‘hart is goed’ dan denk je maatschappelijk-gerichte politiek en wil je je mening uitwisselen. In dit geval een patstelling.

Gepolariseerde politiek bestaat niet.
Politiek omvat AL het menselijk denken en handelen.

Wat wel bestaat zijn gepolariseerde instituten (dat kan een regering zijn). De Turkse staat hinkt op drie … wat zeg ik, op wel vijf gedachtebenen. De stevigste is het strafbaar-zijn van het aantasten van de nationalistische gedachte. Dit voedt de trots en onwrikbaarheid in de volksaard. Men accepteert daarmee dat er zaken zijn waar niet over gediscussieerd kan én dient te worden. Althans niet publiek.

Voor poldermensen is dit een lastig te vatten materie. Wij zijn de enorme discussieruis gewend van 17 miljoen mensen op 40.000 km2 (even groot als Cappadocië). En ergeren ons hooguit als de ruis wat te veel wordt.
En nemen er een in de Amsterdamse kroeg terwijl we ons hart eens even luchten.

Groet.
(In antwoord op Frédericke’s Blog: ‘Waar zou ík staan?’)

Vrouwen Dag

09/03/2009

Gisteren was het Internationale Vrouwendag: 8 maart 2009.
Totaal vergeten. Ik werd er vandaag aan herinnerd door mijn partner… een man. En die heeft vandaag een blog geschreven over Barbie, want die viert vandaag haar 50e verjaardag. Allemaal heugelijke feiten, want Barbie was mijn lievelingspop toen ik klein was (toen ik ‘vijftig jaar’ las moest ik wel even slikken, zeg ik er eerlijk bij).

Dus ik bedacht meteen wat ik gisteren deed op Internationale Vrouwendag, want het moest natuurlijk met terugwerkende kracht wel vrouw-waardig zijn. En gelukkig, een kamer vol samenhorige dames. Hanım en Filiz, mijn Turkse moeder en zus, net, tegelijktijd, geopereerd aan een hernia. Ze konden alweer koken, dus hebben we de maaltijd gedeeld, samen met Cansu, Filiz haar dochter en Lisa MacLean mijn artist-in-residence deze maand. Een prima avond met veel gekanker op mannen en vooral verhalen uit het verleden over de soms zeer slechte positie van de traditionele Turkse vrouw. Geen man in de buurt. En Lisa (beroepsfotograaf) maakte de foto’s.

mijn Turkse familie

mijn Turkse familie


In mijn dorp mogen de vrouwen niet over het plein wandelen van hun mannen, sluier of niet, ze zijn erg jaloers. Maar ze zitten er niet mee, de vrouwen, ze hebben hun eigen domein, waar ze de mannen weer niet kunnen gebruiken: het geldt dus ook andersom, kip of het ei.
In de keuken

In de keuken


Vandaag hebben Lisa en ik thee gedronken in het theehuis op het plein en verschrikkelijk gelachen om verhalen van de theehuiseigenaar en andere mannen.
Ik voel me toch wel wat bevoorrecht…