Paardenkür.

16/08/2015

Sinds augustus 2014 heb ik het paard Bubbles. Hij is een van de vele neefjes van oom Totilas. Bubbles is een Appaloosa met een mooie tekening. En vanzelfsprekend ben ik hierdoor het laatste jaar meer dan geïnteresseerd geraakt in de verrichtingen van zijn oom.

Bubbles poseert

Bubbles poseert

Afgelopen week (d.d. augustus 2015) werd de Grand Prix Spécial bij de Europese kampioenschappen paardensport in Aken gereden.

Het was een trieste vertoning wat Totilas betreft (nu eigendom van de Duitser Matthias Rath), want hij bleek achteraf geconstateerd, een botontsteking in een van de achterbenen te hebben en liep daardoor een moeizame en waarschijnlijk pijnlijke kür.
En Nederlander Edward Gal met Undercover werd gediskwalificeerd, nadat zijn paard van stress op de tong had gebeten en bloed het schuim in de mond roze kleurde.

Totilas werd tot 2011 bereden door Gal en presteerde toen zeer veelbelovend op het hoogste niveau, mede door de klik tussen ruiter en paard.
Om die reden werd het dier onder de kont van Gal vandaan gekocht voor tussen de 10- en 15-miljoen Euro door de stiefmoeder van Rath (en paardenpartner Paul Schockemöhle) om zoontje Matthias te verwennen. Het paard werd echter ook voor fokdoeleinden ingezet, raakte onder andere door die overbelasting meerdere malen geblesseerd en dit is tot op de dag van vandaag niet meer goed gekomen.

Edward Gal en Totilas

Edward Gal en Totilas

Het zwaarmoedige Totilas-sprookje heeft hiermee een slecht einde gekregen en men onderkent dat het geweldige paard een oude dag gegund moet worden met nog wat spermaverkoop om de 15-miljoen onkosten wat te compenseren.

Met Edward Gal en Undercover komt het wel goed. Dit paard is jong en kan nog veel leren. En ik heb het grootste vertrouwen in de ruiter.

Gisteren was dus een trieste dag, ook omdat het regende.

Om de zinnen te verzetten ga ik meestal de Veluwse bossen in met Bubbles. Weer en wind deren me niet, maar gisteren, geïnspireerd door de EK ritten heb ik wat in de binnenbak gereden. Ik heb geoefend op een ontspannen voorwaarts neerwaartse draf, waarbij ik doorzit en het paard me voor mijn gevoel wat ‘optilt’ (als het goed gaat).
Ik weet het, het zijn paarden&ruitertermen, en normaal gesproken ben ik daar niet zo mee bezig, maar het was leuk om te doen. En als je een ‘eigen’ paard hebt, dan word je voorzichtig en zorgzaam en wil je het allerbeste voor je paard. Daar hoort een goede basis bij (voor ruiter èn paard) om te voorkomen dat er stress en/of blessures ontstaan met alle nare gevolgen vandien.

Als je je eenmaal gaat verdiepen in deze zaken word je gek van het aanbod.
Want er is zoveel over te lezen, zien en horen op het internet. En zoveel geld aan uit te geven ook. Aan advies, instructie, materiaal, zalfjes en andere prutsspulletjes, en vooral peperdure paardenaankleding… Kortom het is een geanimeerde markt.

Arthur's winkel

Arthur’s winkel

Maar ja, je wilt het perfecte voor je eigen paard, daar ben ik inmiddels wel achter. De band bouwt zich in hoger tempo op dan je kunt bijhouden.
Dus ik begrijp dat Edward Gal pijn gevoeld moet hebben toen Totilas naar Rath & co in Duitsland ging. En wellicht wist hij, dat het dier in handen van het enge broertje Schockemöhle voor andere doeleinden ge(mis)bruikt zou worden dan alleen voor de sportieve sport. Bij de prijsuitreiking van de landenwedstrijd afgelopen week, waarbij Nederland won en Duitsland brons kreeg werd op het podium een gênant handje geschud tussen Gal en Rath. Het moet voor Gal gevoeld hebben als het schudden van de hand van de onderhandelaar die een geliefde in gijzeling heeft…

Als laatste vraag ik me af hoe het kan, dat een toppaard wat in een topwedstrijd in Europa loopt, door een wedstrijd-gerelateerde medische keuring kan komen zonder dat er een botontsteking wordt gemeten in het bloed… Rarara…

Zonder zadel zwemmen in het vennetje

Zonder zadel zwemmen in het vennetje

Advertenties

Kunstpuzzel

21/09/2013

Ik ben in mijn atelier in Ibrahimpaşa hard aan het werk voor een solo-expositie in Ankara in februari 2014.

Al jaren werk ik aan een serie over de Hettieten in Turkije. De Hettitische volkeren zijn een van de vroegste en weinige volkeren waarvan zoveel rotsreliëfs, inscripties en beelden bewaard zijn gebleven. Ook hadden ze archieven vol contracten geschreven op kleitabletten. Dit maakt de Hettieten uniek en voor mij een inspiratiebron in beelden.
Ik maak frottages (een directe afdruk van de reliefs op een ondergrond van doek met grafietstift) van de hiëroglifische rotsinscripties en gebruik bepaalde details uit de talloze afbeeldingen in mijn vrije werk. De serie werken die hieruit is ontstaan geeft een sferisch beeld van de Hettitische inscripties gcombineerd met mijn persoonlijke symbolentaal.

De grootste frottage die ik heb gemaakt voor deze expositie is van Topada, een rots met inscriptie van 4 – 5 meter vlakbij Ağıllı, een dorpje-van-niets op een afstand van 60 km van waar ik woon.

De Topada steen

De eerste test-frottages op de Topada steen

Vroeger, 800 jaar voor Christus, is daar strijd geleverd tussen koning Wasusarma van het Tabal Koninkrijk en de opstandige stadsstaat Parzuta. Dit was blijbaar een belangrijk wapenfeit en reden voor de koning om een van de langste strijdverslagen voor de eeuwigheid te bewaren in steen. Waarom er gestreden werd, wordt niet vermeld, maar wel dat de koning de grootste en sterkste is en veel support kreeg van koningen uit oost, west en zuid en daarmee zijn gelijk had (..) en dus won.

Meer informatie over de TOPADA rotsinscriptie

Kunst is soms puzzelen en archeologie ook.

Ik heb via Theo P.J. van den Hout “Professor of Hittite and Anatolian Languages, The Oriental Institute University of Chicago” een transliteratie van de hiëroglifische rotsinscriptie door J.D. Hawkins kunnen bemachtigen.

Deze tekst bracht me een stuk verder in de duiding van wat ik zag en de rots ging leven. Maar niet alles werd ontsluierd en dat is wat het project boeiend voor me maak. Het gaat mij om de overblijfselen van dat, wat ooit belangrijk was en blijkbaar manifest moest worden uitgebeeld om het nooit meer te kunnen én mogen vergeten.
Met welk doel en voor wie is het dan gemaakt?, vraag ik me dan af. En heeft beeldende kunst ook die pretentie?

Als beeldend kunstenaar hoef je niet exact te werken, tenzij je iets ‘beweert’.
Ik beweer echter niets, ik maak slechts een kunstwerkenserie met een eigen transliteraire interpretatie die iedereen vervolgens ook weer op eigen wijze mag interpreteren. Er is één absoluut doel: het moet goed werk zijn, dus werk met samenhang.
Ik ben, samen met mijn mede-exposant Paul Broekman op de volgende titel gekomen voor onze expositie: STILLE GETUIGEN / SILENT WITNESSES / SESSİZ TANIKLARI.
Zijn we niet, zolang ons collectieve geheugen ons informeert, altijd bezig met de mensheid te organiseren en te begrijpen? Dat laatste is lastig, maar aan het organiseren nemen we allemaal op eigen wijze deel.
De frottage die ik van de Topada steen heb gemaakt is een afdruk van een bericht uit een ver verleden, welke ik verder bewerk en opnieuw doorgeef.

Frottage met kunstenaar

De kunstenaar

Niets zonder moeite...

Niets zonder moeite…

De constructie

De constructie

topada2

Dit beeld wil ik gaan gebruiken om berichten door te geven van recentere gebeurtenissen in Turkije die iconen hebben nagelaten. Te weten:
– De Turks-(Grieks)Macedonische uitwisseling begin 20e eeuw, ‘nagekeken’ door de, door de Turks-Grieken zelf-uitgestoken ogen van hun Griekse heiligen in de rotskerken van Cappadocië,
– Atatürk’s halve democratische republiek die de laatste decennia vooral nog teert op zijn versleten icoon,
– De zeer recente Gezipark-protesten in Istanbul tegen de Islamisering van Turkije en de strijd voor een echte democratie.

Bij het ontwikkelen van kunstwerken is het creëren het belangrijkste omdat concept en beeld daar samenvallen. Dan pas blijkt of het beeld wel of niet geslaagd is in zijn samenhang. Theoretiseren kan uiteraard, maar niet al te veel en te lang want je verliest de theorieën toch in het gemaakte beeld, tenzij je er een tekstbordje met uitleg bij wilt plaatsen. Het beeld moet voor zichzelf spreken.
Ik ben nu op het punt beland dat ik weet hoe ik mijn gigantische frottage van de Topada steen van bepaalde beeldmerken ga voorzien, die een excerpt zijn van de woeligheden van de laatste honderd jaar Turkse geschiedenis: de eeuw van de veranderingen.
Het beoogt geen politieke stellingname te zijn maar een uitspraak zonder oordeel, een observatie. Het gaat over de genoteerde emotie naar aanleiding een bepaalde historische gebeurtenis, die op een gegeven moment niet meer gevoeld kan worden behalve gerelateerd aan een actuele gebeurtenis.

Gemengde techniek met frottage

Gemengde techniek met frottage

Detail

Detail

En zo zijn de beelden van STILLE GETUIGEN de doorgeefluiken van gebeurtenissen uit het verleden, te lezen en te zien door de kijker middels zijn/haar aanwezige kennis en het vermogen om te kunnen interpreteren en dus emotioneel te ervaren.

De expositie wordt gehouden in galerie Kara in Ankara. Deze galerie is de galerie van de subgemeente Çankaya en het persoonlijke kunstkindje van de linkse burgemeester Bülent Tanık (CHP).
De recente politieke gebeurtenissen in Istanbul en de protesten die erop volgden in alle grote steden in Turkije hebben de politiek op z’n kop gezet en een heldere blik gegeven op de huidige ‘democratie’. Ik hoop niet dat door de lokale verkiezingen van maart 2014 deze burgemeester met zijn goede kunstinitiatieven in een klap van de kaart geveegd wordt.

Als dát gebeurt, is dit een van de laatste tentoonstellingen in galerie Kara en valt dan samen met zijn eigen tentoonstellingsonderwerp. De vraag is of de puzzel dan is opgelost…

Atelier met de werken in wording

Atelier met de werken in wording

Kerst is geweest en kalmpjes voorbij gegaan. Niets gevierd en weinig gedaan. Een keer extra getoost samen en wat lekkers voor onszelf en de beestjes klaargemaakt. Op kerstnacht ontzettend gelachen met Arfan die dol is op walnoten en aanviel op elke gekraakte noot in mijn hand. We zaten een stukje voorbij ons huis in zijn stalletje met een kelim als deur en een glas wijn erbij.

Arfan is dol op walnoten

Arfan is dol op walnoten


De architect, onze buurman moet ons lachen gehoord hebben en zich hebben afgevraagd wat we uitspookten. Turkse mannen zitten nou eenmaal niet ’s nachts uren bij ezels in stalletjes een nootje te kraken. Enfin, de volgende dag vertrok hij naar Ankara, de vriesnachten lieten zijn elektriciteitsmeter te snel draaien, zei hij, hij stookt geen kolen zoals wij. Er zijn vanaf nu gedurende de winter geen buren meer in ons benedendorp!

Elke jaar begin april starten we het CultuurHuis Babayan op, om vervolgens non-stop door te gaan tot eind november en soms half december. Non-stop betekent gasten en kunstenaars hosten, informeren en verantwoordelijk voor ze zijn. Tot dit jaar aten we elke avond Paul’s diners met de gasten mee, dat was naast eten ook werk dus vermoeiend. Dat hebben we dit jaar afgeschaft we eten nu privé. P kookt minder en mensen moeten van te voren opgeven als ze bij ons willen dineren en dat kan vier avonden in de week. Omdat er een restaurant is in het dorp is men niet meer afhankelijk van onze diners. Een keer per week houden we de kunstenaarsmaaltijd. Dat vinden we belangrijk voor ontmoeting, uitwisseling, projectpresentatie en het tonen van documentaires.
We zijn elke dag beschikbaar, en van half 8 ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds in touw (en als P kookt langer…). Op zondag zijn we vrij en gaan soms op pad, maar we blijven altijd bereikbaar. We struinen dan de nabije omgeving af en gaan ook naar andere plekken zoals Gökçetoprak (Grieks en Hettitisch), Topada Ağılı (Hettitisch), de Çat vallei (duiventillen) de yayla’s (zomerweiden) van Erçiyes Dağı, onze vulkaan (ga naar fotoalbum) en de kust van Silifke (Romeins).

Frottage op de Hettitische TOPADA steen

Frottage op de Hettitische TOPADA steen


Ik ging jaarlijks ook af en toe kort naar Nederland voor mijn moeder, P bleef in Turkije. De dagen zonder gasten, tussendoor in het seizoen, zijn zeldzaam. Ik heb het dus over negen maanden non-stop present zijn…

Om niemand om je heen te hebben die opkijkt en ‘iets’ wil vragen als je toevallig langsloopt in je eigen huis, is een luxe. Als je haar niet goed zit, of je bril scheef, je blouse vies is, als je zelf ongewassen bent of iets raars doet… geeft niets. We schuifelen en scharrelen onbevangen rond. Privé, eindelijk! Dan zou je denken: alle tijd om dit, dat, zus, zo te doen. Nee hoor, de tijd vliegt om, dingen blijven liggen, en er ligt ook nog een lange To Do lijst naast mijn computer. Vandaag weer niets afgestreept, want de waterman die erop staat was onbereikbaar (druk van de waterinstallatie te laag). En naast uitslapen heb ik verder alleen in de warme (!) decemberzon gezeten en gekeken naar Arfan die ook in het zonnetje aan zijn lange lijn rondlummelt en links en rechts verse grasjes graast.

Ontbijt in de eind december zon

Ontbijt in de eind december zon


Gisteren een fantastische wandeling gemaakt naar de Üzengi vallei richting Mustafapaşa. Wandelen is goed voor de moreel, merk ik. Waar je over piekert, wordt vervangen door Genieten. En door verbazing over het warme decemberweer, de prachtige uitzichten en het besef onbeperkt kunnen wandelen door zoveel bijzonders, gewoon vanuit je huis.
We struinen door maffe valleien en de ezel loopt gezellig mee, plast door water waar wij overheen springen en trekt mij omhoog waar het te steil wordt. Sinds we de ezel hebben ben ik minder moe na lange wandelingen.
In de Üzengi vallei achter ons huis

In de Üzengi vallei achter ons huis


Ik voel me niet heel moe maar wel vol. En dat volle vat wordt langzaam leger in deze rustperiode. Ik kan nog niet naar het atelier om te werken. Dit staat niet op de To Do lijst omdat het sowieso altijd door mijn hoofd speelt (kunstkop). Door het urgente vertrek naar Nederland een maand geleden vanwege mijn moeders overlijden, is het atelier in de opslagstand: vol planten en potten, en de atelierspullen staan in een hoek gedrukt met lappen eroverheen. We wisten tenslotte niet of het zou gaan vriezen in de tussentijd en buurvrouw Mediha komt er om de katten eten te geven.
Dat moet ik dus wel eerst doen: het atelier gangbaar maken. Hmmm, dat is een To Do… (zet ‘m nu op het lijstje). Er is namelijk nog steeds ons plan om te exposeren in het Kunst & CultuurCentrum van Nevşehir. P en ik hebben de toezegging, maar het werk is nog niet af. Gedurende het art-residencyseizoen komen we al helemaal niet toe aan eigen kunstwerken.

‘Niets doen’ is dus een relatieve toestand, maar de tussenmomentjes waarin het een feit is, zijn van grote waarde.

.

Al eerder heb ik geschreven over het leven in twee werelden: Slierten in mijn hoofd. En nu werd deze ervaring aangescherpt door de volgende gebeurtenis.

Het begon met deze droom op de vroege ochtend van 24 november 2012.
Ik zit in de huiskamer van mijn ouderlijk huis op de grond en houd een envelop met een brief vast van de moeder van mijn moeder die we Opie noemden. De brief wordt steeds dikker in mijn handen en bolt helemaal op tot er op een gegeven moment een vonk uitspringt. Deze verdwijnt over mijn schouder naar achteren. Mijn zwarte kat Wolkje zit op mijn schoot en ik pak hem stevig vast, want het voelt niet goed en zelfs bedreigend. Ik kijk achter me en zie niets, maar als ik weer voor me kijk zit er een groot donker beerachtig monster naar me te staren. Ik schrik me dood en schreeuw. Door de schreeuw word ik wakker en ik lig in mijn Turkse slaapkamer in de grijs diffuse ochtendschemer. Ik trek aan het lichtkoordje van de lamp boven me, maar de lamp gaat niet aan. P mijn man, ligt naast me te slapen en ik zie drie armen aan zijn kant. Ik schrik en schreeuw weer, maar nu komt er geen geluid uit mijn keel. En terwijl ik doorkerm word ik wakker…
Ik heb geen lamp met een lichtkoordje, zie ik nu, en P ligt naast me met twee armen. Hoewel ik eerst twijfel weet ik na een paar minuten dat ik écht wakker ben. Ik vertel P mijn nachtmerrie.

Diezelfde avond werd ik gebeld door mijn broer, omdat mijn moeder die middag een zeer zware beroerte had gehad en in coma was geraakt. Of ik meteen kon komen. En met de assistentie van mijn verzekering arriveerde ik aan het eind van de middag van de volgende dag aan het bed van mijn moeder. Ze was diep in slaap leek het.

Samen lezen in verpleeghuis De Burcht, Rotterdam, 17 oktober 2012

Samen lezen in verpleeghuis De Burcht, Rotterdam, 17 oktober 2012


Mijn moeder verbleef al zeven jaar in diverse verpleeghuizen in Rotterdam en dit was haar derde grote beroerte. Omdat ze aan het begin van het zorgtraject een euthanasieverklaring had laten opstellen hebben we niet geprobeerd haar uit de coma te halen of deze onnodig te rekken. Een week later overleed ze om 3 uur ’s ochtends op zondag 2 december 2012. Haar crematie was op 7 december. Mijn broer en ik hadden redelijk de tijd om alle adressen te verifiëren en een mooie crematieplechtigheid te maken.
Opie (mijn oma waar ik de droombrief van kreeg) was componiste en pianiste. In 1978 had haar neef Barend van Veen met een zeer modern apparaat, een cassettedek, opnames gemaakt van haar zelf gespeelde en gecomponeerde pianowerken. Ons gezin woonde, vanwege de woningnood in naoorlogs Rotterdam, bij mijn grootouders in hun grote huis. Opie had daar in haar huiskamer twee zwarte Steinway vleugels staan en wij woonden op de verdiepingen daarboven. Dagelijks hoorde ik haar spelen en oefenen op werken van andere componisten en van zichzelf. Ik kende haar pianostukken dus goed maar had ze, toen ik de cassettebandjes terugluisterde, vele jaren niet meer gehoord.
Voor ma’s crematie hebben we een van die opnames uitgezocht. Want bijzonder is het als een moeder postuum op de crematie van haar dochter haar eigen muziek uitvoert. Ook hebben we uitgevoerde kamermuziek met harp van haar hand uitgezocht en de dochters van mijn broer hebben speciaal een lied gezongen en via een opname laten horen. Bloemen, foto’s en vrienden maakten de plechtigheid compleet.
deze wat oudere foto van ma hebben we laten zien bij haar crematie

deze wat oudere foto van ma hebben we laten zien bij haar crematie


Ook moest haar verpleeghuiskamer binnen vijf dagen (..) worden opgeruimd vanwege de wachtlijst en zo gingen haar laatste persoonlijke spulletjes door mijn handen. Gelukkig was er niet zo veel meer. De grote flat waar ze vroeger in woonde hadden we al jaren eerder opgeruimd. Ze kwam er toch niet meer.

Op 18 december vloog ik met P weer naar Turkije. Dat was gisteren.

En terwijl ik hier ben en terugkijk, lijken die ruim drie weken dat ik in Nederland was, als een droom. Zo anders en zo los van mijn dagelijks leven.
Hier zijn de poezen en de ezel, en dat grote bewerkelijke grothuis met vele trappen, de art residency met kunstenaars in soorten en maten. Cappadocië, dat gekke landschap waar ik in woon en op uitkijk. Het Turkse dorp waar iedereen bij mijn aankomst wist dat mijn moeder overleden was, omdat er ‘het lopend vuurtje’ nog bestaat, “başın sağolsun”: gecondoleerd. Een dochter van een kennis in het dorp had het op Facebook gelezen… en dat had zich rond gezongen. De buren, kennissen en vrienden die hun eigen Turkse sores hebben en deze meteen met me deelden na de condoleance. En door dit alles lijkt de afgelopen tijd in Nederland een droom waar vanuit ik wakker werd.
Alleen het verdriet over het laatste deel van mijn moeders leven en haar dood huist reëel in me.
Zoals Hanim, mijn Turkse moeder tegen me zei toen haar moeder overleed: “Het voelt alsof je wilt bellen met haar en er wordt niet opgenomen aan de andere kant van de lijn.” Letterlijk én figuurlijk heb ik mijn moeder door de jaren heen lange periodes in het jaar alleen telefonisch gesproken.
Het is nu stil aan de andere kant van die telefoonlijn tussen twee werelden.

'Sophia' portret van mijn moeder: 13 jaar

‘Sophia’ portret van mijn moeder: 13 jaar

Het échte Turkije?

02/09/2011

Toen ik drieëntwintig jaar geleden in Turkije kwam en vervolgens Turkse vrienden leerde kennen werd me ‘Het échte Turkije’ aangeboden. Als nieuwkomer was ik blij, want dit verhief me boven andere Turkijeconsumenten leek me. Ik voelde me dus vereerd toen en vermoedde dat dit de directe laag was onder de aangeboden toeristenfacade van hotels, pensions, souvenir-tapijt-leerwinkels en de reisjes- en tripjesbureaus.

Het bijzondere van het denken in lagen is dat als je door een laag heen bent gegaan deze zich vervolgens verkleeft met de andere lagen tot een grote ervaring. Waardoor je in feite steeds verder treedt in Het échte Turkije.

Naile, Şeküre en ik


Iedereen kent wel het gevoel, dat naarmate je van iets meer af komt te weten, het lijkt alsof je er juist steeds minder vanaf weet door de diversiteit die zich openbaart. Die fase ben ik gelukkig voorbij, want deze maakte mij onzeker (“wie ben ik in deze Turkse context?”). Maar ik herken deze houding nu goed bij de Nederlandse allochtonen.

Tot Het échte Turkije behoort ook de toeristenfacade, ben ik inmiddels achter. Zowel Turkse als buitenlandse toeristen genieten volop van ’s lands aangeboden pret, franje en toeristenmeuk. En sommige van de kunstenaars die bij ons werken gebruiken die meuk zelfs voor hun projecten. Want meuk plus meuk is Kunst, mits goed gemaakt.

Dat is één manier om Het échte Turkije te leren kennen: via een kunstzinnige bypass. Die buit ik inmiddels uit via een eigen Artist-in-Residency en mijn eigen werk.

Een andere manier is door er te gaan wonen. Dat heb ik gedaan en zo werd ik langzaam maar zeker op een vanzelfsprekende wijze ingewijd in de Turkse cultuur. Of ik wilde of niet, want het moést. Liet ik me niet inwijden dan zou ik zeker weer vertrokken zijn. Met als voornaamste reden dat hetgeen ik tegenkwam van een bijzonder andere orde was dan hetgeen ik thuis gewend was. De mooie Cappadocische natuur zou dan een te gering houvast zijn gebleken. Zo heb ik veel buitenlandse vrienden en kennissen – al dan niet getrouwd met een Turk – verrijkt maar opgelucht weer terug zien gaan naar de thuislanden. De combinatie nomadisch en Aziatisch is niet 1-2-3 te doorgronden en is zowel een leefwijze én een cultuur. Wij Nederlanders vatten dat samen onder de noemer gastvrij (“de Turken zijn zo gastvrij”). Dit klopt.
Maar juist die gastvrijheid is weer onderdeel van een strak geregelde economie op netwerkbasis. En de toerist wordt geacht te consumeren, doet dat groepsgewijs (georganiseerd) op de toeristische high-lights en draagt op die manier het economische steentje bij. Maar, als je als buitenlander niet meer als toerist in het land woont, dien je op eigen houtje bij te dragen aan die economie. En op een gegeven moment moet je de netwerkregels kennen.
Dat is les een.

Tante Hasibe, Özge en ik


Les twee is het begrijpen dat je straf kunt krijgen als je je niet aan de regels houdt. Zie de vele Turkse dorpen als clusters van netwerken (vroeger: tentenkampen) van ‘uitgebreide families’ (sülale) die aan elkaar verplicht zijn. De regels die daarbij horen houden voornamelijk in dat je je verhoudt tot je eigen cluster en met de andere clusters voer je handel of is je vijand. Elke ‘cent’ die wordt uitgegeven en geïnd is ten behoeve van het eigen netwerk. Zoals de uithuwelijkingsrituelen dé terugbetaalmomenten zijn en tevens investeringen in pas-getrouwden. Een goed boek als geschenk op het huwelijk mag altijd, maar heeft geen waarde. Geschonken goud, geld, ijskasten, tv’s enz. worden openbaar op het feest omgeroepen en vermeld op de lijsten van de families om later te kunnen terugbetalen of te innen. Voor de toerist een kleurrijk, maar onbegrijpelijk ritueel, wat in feite keihard is en waar geen romantiek bij komt kijken. Het uithuwelijken van jongeren (vooral meisjes) komt nog veel voor in centraal en oost Turkije, maar is wettelijk verboden. Huwen met toestemming en/of partnerkeus door de ouders of via netwerkbemiddeling komt in heel Turkije voor, ook in de grote steden.

Huwelijk Demet en Mustafa


De muzikant leest de geschenken voor - die genoteerd worden - op het huwelijk van Demet en Mustafa


Onderdeel uitmaken van een netwerk verplicht tot toewijding aan dit netwerk. Je netwerk help/redt/steunt je tot de dood en jij wordt geacht hetzelfde te doen, dit bij gebrek aan sociaal functionerende overheid tot in de uithoeken van het land. Halfbakken kan niet en hier valt niet over te onderhandelen. De enige marge die je krijgt als buitenlander is dat je soms écht niet snapt waar het om draait. Dat wordt je vergeven maar je wordt wel geacht er de volgende keer meer rekening mee te houden. De uiteindelijke straf die gepaard gaat met het niet-meedoen is dat, als je in de penarie zit, niet iedereen (lees: niemand) je komt helpen/redden. Niet-redden betekent simpelweg terug naar huis, al was het maar voor je geluk. Je hebt dan niet veel meer op je stekje in je Turkse woonplaats te zoeken, tenzij je zeer op jezelf bent en/of uitsluitend met mede-buitenlanders in Turkije wilt omgaan. Of natuurlijk consequent getrouwd blijft met een Turk(se familie).
Uitbanning van het netwerk is dus de ergste straf. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom het zo lastig is voor Turkse vrouwen op het platteland om van het willen-scheiden een feit te maken. Juridisch hebben ze namelijk alle rechten sinds Atatürk. Maar wat daarna? Waar naar toe? Wat zijn de Stigma’s? Is er leven na de scheiding?

Oom Durmus en ik


Om maar aan te geven dat Het échte Turkije niet zo heel eenvoudig te begrijpen is, vooral als je er wat mee wilt, zoals er wonen en werken. En dat, als je voor de ontmoeting met Het échte Turkije kiest, de Turken alle bereidheid zullen tonen om je veel te vertellen, tot een zeker punt. Want hoe leg je je eigen cultuur uit; hoe leg je überhaupt je eigen vanzelfsprekende ik uit in relatie tot je eigen cultuur…. En dat geldt voor alle partijen.

Ik denk dat Het échte Turkije begint op het punt waar je als buitenlander (yabancı) verder wilt met het ontmoeten van de bewoners, de cultuur en het land door er permanent te wonen, nadat je veel boeken hebt gelezen, veel in het land hebt gereisd en veel hebt gesproken met Turken én buitenlanders woonachtig in Turkije. Het komt dan neer op ‘n één-op-één ervaringsproces (jij en het land). De enige voorwaarde is dat je van het land houdt of je er op zijn minst diepgaand mee verbonden voelt: “De Turkse aarde hebt gegeten en het Turkse water hebt gedronken,” zoals mijn Turkse ‘vader’ (manevi babam) zegt. Als dit niet het geval is dan wordt je door geen enkel netwerk opgenomen, want Turken hebben hier een neus voor.

Mijn familie en ik


Dit een-op-een proces is als het ware het halen van je master degree in Ervaringsturkologie. Je vindt jezelf opnieuw uit in het andere land, in dit geval Turkije. Het échte Turkije ben je dus Zelf, in hetzelfde Turkije als waar je ooit aankwam en je bent een van de velen die zich er thuis voelen, waarvan de meesten toch Turken zijn. Over mezelf kan ik zeggen dat naarmate ik langer in Turkije woon ik er steeds meer vanaf kom te weten, tegenwoordig vooral op het vlak van gevoelshouding en communicatie. Ik ben echter steeds minder in staat dit uit te leggen aan de niet-Turken in mijn vaderland.

Terug in Turkije

21/04/2011

Heen en terug. Terug van heen-zijn, of heen en weer heen…
Hoe dát voelt heen-en-weergaan is het lot van de reiziger tussen twee thuislanden.
Terug van terug is – geloof ik – de beste kwalificatie. Heen gaan we zelden, want thuis trekt altijd, het is heimwee naar twee thuizen…

Nu ben ik in Nederland.
Maar doorgaans ben ik in Turkije.
Als ik in Nederland ben zweef ik vaak met mijn gedachten naar Turkije en dit gebeurt ook andersom. Het een is het gevolg van het ander. Dit krijg je als je op twee plaatsen woont en je in beide landen thuis voelt.

Het heen- en weergaan lijkt nu vanzelfsprekend te zijn, maar dat is lang niet zo geweest. De afgelopen jaren was mijn leven knap onrustig, op het chaotische af. Het heen en weer switchen tussen twee landen / leefomstandigheden / klimaten / culturen vereist het hebben van drijfveren en voldoende energie. De belangrijkste drijfveer is de aanvullende werking van de twee plekken, die zou ik niet willen missen, want:

Turkije heeft het landklimaat op de Anatolische Hoogvlakte met droge dorre steppen met grassen; maar – waar ik woon – een prachtig vulkanisch landschap; ik woon en werk er al twintig jaar in grotwoningen; en begeleid sinds zes jaar dagelijks beeldende kunstcollega’s die bij ons werken aan een kunstproject; onze poezen lopen er rond; en, als allochtoon word ik liefdevol omringd door Turkse vrienden; ik ben er in voorjaar, zomer en najaar. Het huis is voorbij het dorpsplein in het oude deel van een orthodox dorp waar iedereen je kent. Ik ben er gelukkig.

Rode vallei


Gomeda vallei


Erciyes vulkaan Cappadocië

Nederland heeft een zeeklimaat; ik er woon er sinds twee jaar in de bossen en heides van de Hoge Veluwe; met veel groen en mos; mijn huis is een chaletje met een tuin; ik werk er achter de computer en in ateliers elders; er heerst rust dus ik kan er ongestoord bezig zijn; de vogeltjes, hertjes en konijnen zijn de tuindieren; mijn chalet heet De Vogelaar; en ik heb de liefdevolle aandacht van een buurvriendin; en vrienden door het hele land; en ik ben er alleen twee maanden in wintertijd. Dit is wonen in een religieuzer deel van Nederland op een onderhouden park met hefboom en een zwembad, waar iedereen je kent. Ik ben er gelukkig.

Otterlo winter 2010/11


Otterlo winter 2010/11


Otterlo's veld

Mijn huis in Turkije is groot: 13 grotkamers (waarvan zes gastenkamers plus een atelier). Het huis in Otterlo is klein, dat heeft er maar twee en een open keuken. Beide huizen liggen zowat in een nationaal park met een internationaal bekend museum. In Nederland is dat park De Hoge Veluwe met museum Kröller Müller en in Turkije is dat het Göreme Nationaal Park met het Openlucht Museum vol rotskerkjes. Beide plekken zijn daarom toeristische hoogtepunten.

Jachthuis St. Hubertus


Rotskerk in Meskendir vallei

Beide plekken hebben een wonderlijke eigen magie, die ik elke dag beleef… Ik zweef van de hoge groene bomen naar de roodgele droge tufbulten en weer terug. De geuren van vochtige lommer en droge aarde slierten voortdurend door mijn hoofd. Soms een totale beleving, vaak een herinnering, de ene plek houdt de andere levend via mijn hersenen en danst ermee, kleurt en mengt.

Vroeger reed ik nog wel eens met de auto heen en weer tussen Nederland en Turkije om spullen te verhuizen.
Dat was in de tijd dat ik mijn grote woonatelier in Den Haag net had opgezegd en alle spullen voor wonen en werken moest comprimeren tot de berging van mijn moeders appartement. Nu ik in Otterlo woon is het deel ‘wonen’ uitgepakt voor het chalet en ‘werken’ wacht op een nieuw te ontwerpen chalet op de plek waar het huidige huisje nu staat. Het nieuwe chalet wordt de maximaal toegestane 55 m2 met comfort, zoals een ligbad en vloerverwarming, en een klein atelier met daklicht en uitzicht over de velden.
Een en ander aan huisraad en ateliermateriaal staat inmiddels ook in Turkije, vooral spullen die daar niet of moeilijk te verkrijgen zijn. Omdat ik halverwege nog niet wist hoe deze complexe aardverschuiving zou gaan verlopen was dit alles logistiek een lastige klus. Daarbij is opslag in Nederland schaars of duur.

Autobahn Duitsland met Turkse roos...

Ik zit nu in het oude huisje De Vogelaar rustig te werken achter de online computer met uitzicht op een beukenbos en met de maïsvelden achter me. De aanmeldingen voor de art-residency in Turkije komen langzaam binnen via de mail en dat kan allemaal per computer worden afgehandeld. Er hangt een wintersfeer en ik kan elke dag indelen zoals als ik wil, niemand die me lastig valt. Ik bepaal wanneer ik mensen wil ontmoeten en wie. Mijn leven in Nederland is ‘zichtbaar of onzichtbaar’ naar keuze en dat bevalt me goed voor een maand of twee.

Huisje De Vogelaar

In Turkije draaf ik over de vijfenveertig traptreden op en neer voor verzorgen, schoonmaak, kunstworkshops, maaltijden serveren en al datgene waar de kunstenaars en andere gasten me voor nodig hebben. Een klop op mijn voordeur met een vraag of opmerking ligt altijd op de loer. Residency-kunstenaars moeten op gang geholpen worden want zonder adviezen en assistentie komen de meesten niet aan de praat. Dat is de aard van het bedrijf: het intermediëren in een andere cultuur.

Als het nieuw te bouwen huisje in Nederland is gerealiseerd dan is de langstdurende en ingrijpendste culturele verschuiving van mijn leven achter de rug en staat alles letterlijk op zijn plaats. Dan kan ik rustig op de ingeslagen weg doorgaan tot dit – om wat voor reden dan ook – niet meer mogelijk is.
Een mens wordt nou eenmaal oud…

de zomertuin van huisje De Vogelaar

Voor iedereen: Een fijne Kerst en een héél gelukkig nieuwjaar.
For all of you: A merry Christmas and a happy New Year!
Herkese: Mutlu yıllar ve Noel Bayramı!

Happy Mutlu Gelukkig 2011!

Deze ‘kerst’kaart werd mij opgestuurd door een lieve en creatieve vriendin, die ons vaak bezoekt in Turkije. Omdat Paul, de poezen en ik onderwerp zijn, wil ik deze wens graag met jullie delen.

Fréderike Geerdink schreef een blog over een interessante discussie deze week die zij met een paar Nederlanders voerde in Istanbul. Ze vroegen zich af waar zíj eigenlijk politiek zouden staan als ze Turk waren en in Turkije waren opgegroeid…
Kernvraag van dit blog is: Hoe kun je nou écht weten waar je zou staan?

Goed dat je hierover schrijft Fréderike.
Het is onontkoombaar dat je reflecties op reflecties krijgt naarmate je hier langer woont. Het zijn de kleine treetjes op de trap die leiden naar een onbekend eindpunt. Wellicht de pre-babylonische periode :)

Het is een vanzelfsprekend onderzoek zonder specifiek doel. Het is iets wat iemand (van een andere cultuur) overkomt, die hier in Turkije gewoon woont.
Van niemand hoef je te integreren of in te burgeren tenslotte. Niemand vertelt je dat je onaangepast bent of moet vertrekken omdat je anders bent/denkt. Het is een natuurlijk proces waar je in terecht komt door hier te wonen, gecombineerd met een open instelling. En nu heb ik het ook over mezelf.
Toch loopt je ook op eieren omdat je je op onbekend gebied bevindt. Wat is écht waar? En je realiseert je de totaal verschillende waarnemingen van de werkelijkheid, zoals jij zegt: door opvoeding en milieu.

Interessant is ook om het om te draaien. Wat heeft dit inbedden in een andere cultuur met de Turken gedaan die naar Nederland zijn gekomen? En later hun veelal analfabete vrouwen. Waar hadden die mannen het over in hun theehuizen in de Schilderswijk. En wat deden die vrouwen dan? Geen computer met internet waardoor ze contact met thuis konden houden. En al helemaal niemand aan wie ze (onderaan een blogje) konden vragen: “Wat ervaar jij nou?” Zelfs de Nederlanders stonden niet open voor deze vraag. Die hadden al helemaal geen idee over de noden van die op twee-hoogachter verblijvende gastarbeidersvrouwen. Vaak wisten ze niet eens dat ze er waren…

Terug naar hier.
Wij treden naar buiten. En weten signalen op te pikken, we zijn daar gezond in geïnteresseerd en weten ze te interpreteren. Jij ‘urban’ in Istanbul en ik ‘rural’ in Cappadocië.
Het twee-gezichten verhaal ken ik maar al te goed. Als iemand hier aan mij vraagt: “Wanneer wordt je moslim, want dan hoor je er pas helemaal bij!” beantwoord ik dit steevast met: “Wat zou mijn moeder/vader/broer daarvan vinden?” en vervolgens: “Een goed hart is belangrijker.”
Zo voorkom ik die discussie. In zou Nederland zou ik het trouwens als een politieke discussie ervaren. Maar: zou me dit in Nederland overkomen?

Over politiek gesproken. De politiek in Turkije is onduidelijk. Ik ben er van overtuigd dat de heldere politiek ondergronds plaatsvindt. En niet in het publieke gebied. Er zijn heel veel mensen in Turkije die vrije meningsuiting aanhangen, maar deze mening niet kunnen ventileren. Maar als je eenmaal deel uitmaakt van dit gedachtegoed, en je ‘hart is goed’ dan denk je maatschappelijk-gerichte politiek en wil je je mening uitwisselen. In dit geval een patstelling.

Gepolariseerde politiek bestaat niet.
Politiek omvat AL het menselijk denken en handelen.

Wat wel bestaat zijn gepolariseerde instituten (dat kan een regering zijn). De Turkse staat hinkt op drie … wat zeg ik, op wel vijf gedachtebenen. De stevigste is het strafbaar-zijn van het aantasten van de nationalistische gedachte. Dit voedt de trots en onwrikbaarheid in de volksaard. Men accepteert daarmee dat er zaken zijn waar niet over gediscussieerd kan én dient te worden. Althans niet publiek.

Voor poldermensen is dit een lastig te vatten materie. Wij zijn de enorme discussieruis gewend van 17 miljoen mensen op 40.000 km2 (even groot als Cappadocië). En ergeren ons hooguit als de ruis wat te veel wordt.
En nemen er een in de Amsterdamse kroeg terwijl we ons hart eens even luchten.

Groet.
(In antwoord op Frédericke’s Blog: ‘Waar zou ík staan?’)

De hieronder beschreven huizen zijn van enkele mensen in mijn dorp die ik persoonlijk ken.
Trouwen is in het Turks ‘evlenmek’ (met huis geraken) en huizen zijn van wezensbelang voor de gezinnen. Het zijn grote grotwoningen met opslagruimtes en ze houden er hun dieren: koeien, ezels, schapen, kippen. Zowel de huizen en de mensen zijn nog traditioneel. De vrouwen zijn gesluierd en de mannen trouwe theehuisbezoekers.

Het huis van tante Hasibe.
Dit huis is nog een huis oude stijl. En met oud bedoel ik, zoals het door de eeuwen heen was: zeer basaal en vooral pragmatisch. Cradle2cradle noemen we dat nu…
In de ruimte achter de voordeur is een klein kraantje voor al het watergebruik. En de wc is buiten naast de tandiroven. Boven heeft ze een gestoffeerde kamer waar alles gebeurt: verwarmen, slapen, wassen, tv-kijken (is al jaren stuk), zitten en eten. Ook is er een keuken met een opslag, een 4-pitter op de grond en een grote ijskast, tevens de enige elektrıciteitsverbruiker in het huis. Hasibe’s maandelijkse elektrarekening is 3 € want ze gaat met de kippen op stok.
Hasibe is 75 en haar man Durmuş ook. Hasibe is de baas in huis en dat laat ze haar man goed weten. Maar Durmuş is dementerende en vraagt herhaaldelijk aan haar wat hij moet doen. Ze vertelt het hem elke keer met harde stem. De buren moeten er om lachen.
Ze hebben vier zonen met geld, want die hebben allemaal handeltjes, dus Hasibe en Durmuş zitten nooit om geld verlegen. Niet dat het wat uitmaakt, want ze kunnen niet tellen.
De tuinen buiten het dorp zijn hun waardevolle bezit. De oogst wordt door Durmuş lopend binnengebracht en is hun dagelijkse voedsel. Hun ezel is vorig jaar dood gegaan en ze kopen geen nieuwe meer.

Hasibe's keuken

Het huis van Mediha.
Een droef huis tegenover het huis van Hasibe en het ligt ook aan onze straat.
Mediha is naar Ibrahimpaşa gebracht vanuit Taşkinpaşa, toen ze trouwde met Mustafa uit ons dorp. Haar man is lui en zijn moeder niet al te sympathiek. Ze zien haar als de werkster en Mediha is niet gelukkig, daar is ze zelf ook vrij uitgesproken over. Ze komt uit een warm en open gezin wat ze mist.
Ze heeft twee dochters. En gelukkig heeft ze besloten dat haar dochters gaan studeren; een is al op weg. Maar ze hebben nauwelijks geld, dus Mediha punnikt sokjes die ik voor teveel geld verkoop aan mijn buitenlandse gasten. Op die manier betaalt ze ook de telefoonrekening en melk voor haar jongste dochter, die nog thuis woont. Soms leen ik haar geld. Dit voorjaar nog om de hoefjes van haar ezel te laten kappen. Ze gaat met dit dier dagelijks naar de landerijen en scharrelt zo hun vooraadje bij elkaar. En haar man paft het schaarse geld op en zit dagenlang in het theehuis…

Mediha (2e v. l.) en familie uit Taşkinpaşa

Het huis van Mehmet Ali.
Dit gaat niet over zijn woonhuis, hoewel ik dat wel ken.
Dit gaat over zijn gehuurde winkel: ook een prachtig huis. Dit ligt in de hoofdstraat van ons dorp.
Het is eigenlijk een ruïne, althans bijna. Geen ruit is heel, maar er is elektriciteit en zijn restauratiewerkplaats heeft een kachel.
Hij verkoopt de raarste spullen. Veelal ouwe troep die hij tijdens zijn tochten langs de boeren in de provincie verzamelt. En soms zit er iets ‘heel aparts’ tussen.
Maar laatst kwam ik erachter dat er ook spullen tussen zitten die hij niet verkoopt. Dit kan zijn vanwege de uniciteit. Zoals een paar Ottomaanse handgemaakte kaarten. Ook heeft hij voddige restjes van antieke tapijten die als excellente voorbeelden kunnen dienen voor de geïnnoveerde tapijtindustrie in Turkije. De kast waar ze in liggen is weer wel te koop.
Klanten zijn veelal de langswandelende zomertoeristen. En onze kunstenaars.
Deze laatsten maken grif gebruik van zijn plek, om er rond te scharrelen en spullen te vinden voor hun kunstwerken. Dit jaar heeft Mehmet Ali samengewerkt met Monika Kimrey, een Amerikaanse die net als hij, alles wat ze verzamelde aan elkaar knoopte, plakte en timmerde. Dit heeft geresulteerd in een serie unieke lijstjes voor haar kleine pentekeningen.
>>>Zie: Monika Kimrey’s residency project<<<

Mehmet Ali works on Monika Kimrey's art pieces

Het huis van Şerife.
Dit is een gelukkig huis. Alhoewel Şerife aan Ali uitgehuwelijkt is toen ze pas 16 was, zijn ze nog steeds verliefd. Ze hebben een leuke dochter Merve van 15 en een zoontje Sefa van 1 ½. Ze zijn tijdelijk onze dichtstbij wonende buren. Ze bouwen een nieuw huis hogerop in het dorp waar ze, voor de winter écht toeslaat, naartoe verhuizen.
Şerife mag nieuwsgierig zijn van haar man. Dat betekent dat ze regelmatig bij ons voor de deur staat om te informeren naar van alles en nog wat. En zeker als onze kunstenaarsgasten het leuk vinden, kijkt ze graag naar hun werk. Soms werkt ze mee.
Şerife lacht veel. En ook haar kinderen. Deze zomer stonden Ali en Şerife samen omhelsd op hun hoogste dak met een paarsrode zonsondergang achter ze. Ze wisten dat ons uitzicht op hen beiden in die kleurschakering subliem moest zijn.

Şerife's huis door het gat in onze poort.

Het huis van Kuş Mehmet.
Weer geen huis maar zijn Winkel-van-Sinkel van 3 m2 op het dorpsplein. Voor mannen is het woonhuis nou eenmaal minder belangrijk dan voor hun vrouwen. De werkplek is waar de man 24-uur per dag minus de uren slaap vertoeft.
Kuş Mehmet betekent Vogeltjes Mehmet, genoemd naar zijn vader.
Zijn winkel heet dus Vogetjes Winkel (Kuş Bakkal). Soms noemen de dorpelingen hem Vogel. Kuş.
Vogel verkoopt alles vanaf de kleine schapjes in zijn winkel. En ‘alles’ betekent wat de dorpelingen dagelijks nodig hebben. Dat is geen ruime keus, want ze halen immers alles van de tuinen en maken dat in, of ruilen dat met andere producten.
Wat gekocht wordt zijn vooral: sigaretten, brood en producten als thee, suiker, zeep en olie. Frisdranken is al moeilijker. Maar yoghurt en vlees heeft hij nooit en ook geen groente.
Sinds er veel restauraties in ons dorp gaande zijn heeft hij ook een toaster om lunches voor de arbeiders te kunnen maken. Een zwaar hitteapparaat waar hij een heel doorgesneden brood tussen plet en roostert, gevuld met tomatensaus, kaas en worst. Lisa MacLean noemde hem de ‘toastmaster’.
Tot een half jaar geleden was hij het enige ‘restaurant’ in het dorp.

Kuş Mehmet's winkel (foto Lisa MacLean)

Wordt vervolgd…