Arfan de ezel

15/10/2012

Al jaren hebben de buren een zwarte ezel van ongeveer 105 cm hoog, jong gekocht en intensief gebruikt voor werk op de velden (lees Ezelhoefjes en armoede.

Arfan het veulen, bij aankomst in het dorp 2006

Arfan het veulen, bij aankomst in het dorp 2006

Totdat ze opeens investeerden in een ‘patpat’ (naar het geluid van een klein gemotoriseerd tractortje). Daarmee was de ezel in een klap overbodig. Dit betekende dat hij werkeloos in een donkere grot diep onder het huis, kort aangelijnd aan een ketting, deur dicht, maanden stond te potverteren zonder ervoor te werken. Kortom, voor zover het bestaan van de ezel wat waard was, was het dat vanaf de patpat-introductie niet meer.

Daar ik liefde voor dieren voel omdat ik ze zie als wezens met recht op leven, met een neus, ogen, mond en hersenen net als wij, trok ik me dit wel aan. Het feit dat ik de ezel niet meer onder ons raam gestald zag, vrij na een dag sjouwen, leek een teken aan de wand. Ezels kunnen namelijk van eenzaamheid sterven. Dus ben ik (samen met een kennis uit een buurdorp) eens gaan kijken bij de buren en hun ezel.

Om een lang verhaal kort te maken: de ezel was te koop, en dus heb ik hem gekocht voor 250 TL = 110 € met financiële steun van deze kennis en wat onderhandelingsvoorbereidingen van een mededorpeling.
Ik weet niets van ezels en heb mijn leven even moeten heruitvinden, want een klein beest is het niet. Wat eet ie? Waar koop je het? Wat wil ie? Wat moet, wat mag en wat niet? Nu, na vier maanden begin ik iets van de rand van de strooien ezelhoed te snappen en we beginnen aan elkaar te wennen.

Arfan in zijn werkkleding

Arfan in zijn werkkleding

Arfan in Cappadocische klederdracht

Arfan in Cappadocische klederdracht

Zo wordt hij op de eerste plaats natuurlijk verwend, want dat is mijn behoefte. Hij is tenslotte een huisdier nu. Slechts een enkele keer wordt de ezel nog meegenomen door de buren, wanneer er moeilijke hoekjes van het veld bewerkt moeten worden, of als de patpat tekort schiet. Dan komt mijn huisdier doodmoe en schuchter terug, want de buren slaan op elke straathoek met de stok.

De ezel is een hengst. Dat geeft hem een handige hormoondrive voor het werk, en het scheelt je in krachtvoer (kost geld) en slaan (is vermoeiend). Helaas worden ze door die aanpak hooguit 15 in plaats van 30 jaar, maar ezels zijn goedkoop dus vervangbaar en er is nu ook de modernisering.
Het bleek al gauw dat Arfan, zoals hij gedoopt is, niet veel meer had aan zijn hormonen, dus hengstenkuren ontwikkelde naarmate hij meer begon te wennen aan zijn nieuwe leven. Dat het een lief dier is en vooral Leuk, is op zo’n moment ondergeschikt. Hengsten met kuren zijn strontvervelend, ze bijten, ze schoppen en ze ontsnappen als ze de kans zien, trappen dan groenteveldjes tot gort en gaan op zoek naar de Ladies. En als die ontmoeting plaatsvindt… is het konijn uit de hoed.

Arfan met de meisjes

Arfan met de meisjes

Dus om met hem te kunnen wandelen, te knuffelen, en werkelijk als huisdier om ons heen te kunnen hebben stond het ultieme op het programma voor in het najaar gepland, als er minder hitte en vliegen zijn: De Castratie.

Die hebben ‘we’ inmiddels achter de rug…

Ik dacht: “dat doen we effe,” denkend aan de katten. Nou nee. Het is een reuze ingreep. Zowel qua operatie als totale behandeling van het dier voor, tijdens en na de ingreep. Ik had me links en rechts al geïnformeerd, ook via internet. En meedenkende ezelliefhebbers van Stichting de Ezelshoeve die de wat moeilijke omstandigheden begrepen waar we inzaten hebben me zeer gedetailleerde informatie gegeven over de ingreep.
Ik begreep meteen dat er veel kon misgaan en checkte alle handelingen die de lokale veearts deed. Ik noem even een paar punten: tetanusprik, liggend opereren (minder bloed), algehele lichte anesthesie en dan nog lokaal flink bijverdoven, de klemmen die de ballen afklemmen en de leiders crushen mogen niet worden losgelaten, en omdat we op zand/aardegrond zitten moesten we extra zorgvuldig zijn met liggen (bacterierijke grond). Ezels zijn vluchtdieren en zeker met zo’n angstig dier als van ons (door het meppen) protesteerde zijn lichaam tegen de verdoving en het neerleggen.

de veearts castreert Arfan

de veearts castreert Arfan

En als een ezel er niet onder wil, dat gaat ie er niet onder, en dat gebeurde dus ook niet.
Hij werd in een strakke constructie van touw geknoopt om te voorkomen dat ie zou spartelen en/of aan de haal zou gaan tijdens de operatie. Omdat ik niet sterk genoeg was om zijn kop tegen de vloer te houden hebben we hulp ingeroepen van Kuş Mehmet, onze dorpskruidenier. Hij heeft twee uur met zijn knie op de ezelkop gezeten. En dat heeft e.e.a. aan onrust voorkomen. Ondertussen opereerde de veearts er lustig op los dankzij het roesje en de lokale verdoving en liep het halve dorp uit om het te zien.

Publiek tijdens de castratie

Publiek tijdens de castratie

Enfin, we zitten nu in de derde dag van zijn nieuwe leven ‘erna’. Paul en ik geven hem elke dag een antibioticumprik in zijn nek (links en rechts, om en om). Spoelen zijn poten af die bloederig zijn van het lekken, en vliegen en wespen aantrekken. Spuiten antiseptische spray op/in de wond die open moet blijven. En we dekken hem ’s avonds af met een dikke deken. En overdag als hij in de warme zon staat te soezen, beschermen we hem met een vliegennetje om zijn kop en een om zijn lege scrotum. We lopen twee keer per dag 10 minuten met hem. Hebben één keer een stevige bloeding gedempt met ijsklontjes op het geopereerde gebied en verwennen hem doorlopend met wortels, gerst, selderij, hooi, hmmmm.

Arfan direct na de operatie onder zijn dikke deken

Arfan direct na de operatie onder zijn dikke deken

En ondertussen hechten we ons meer en meer aan hem, in dat opzicht werkt een dusdanig verantwoordelijke ingreep wel bindend. Zijn streken lijken nu al minder, maar dat kan ook door de pijn komen. Over een paar maanden hebben zijn hormonen hem verlaten dan moet blijken of hij echt rustiger is. Dan kan hij volgend jaar: of lief bij ons blijven of eventueel naar een ranch gebracht worden en bij andere grazers staan, wat voor hem wel zo gezellig is.

Omdat de foto’s boekdelen spreken stop ik er nu mee, maar ik zal zeker nog wel eens over Arfan schrijven. Het is een van de laatste ezels van Cappadocië dus laten we hem koesteren!!

Link naar de Arfan facebook-fanpagina.

Link naar Stichting de Ezelshoeve

Arfan gezellig op de binnenplaats

Arfan gezellig op de binnenplaats

Advertenties

Maandag: Tandırdag

29/11/2010

Vanochtend, eind november, zat ik samen met P op deze wonderbaarlijk mooie dag in de warme zon te ontbijten op mijn bovenste terras. Zo rond elf uur, lekker laat en lekker ontspannen. Het seizoen is voorbij dus is er vrije tijd!

Aan het ontbijt op het bovenste terras


Vanaf dat terras heb je een 360 graden panoramisch uitzicht over het dorp.
En wat schetst mijn verbazing? Ik zie uit bijna alle schoorstenen rook komen. Met dit weer? Op dit tijdstip? Terwijl deze dag alleen nog maar warmer zal worden? En terwijl de plattelandsturken zo economisch leven?!

Rokende schoorsteen


Ik moest hier even over nadenken. Blijkbaar is er iets bijzonders aan de hand.
En al snel wist ik het. Klokslag elf uur op maandagmorgen wordt in mijn dorp de Tandıroven gestookt. En dat betekent rook.

De Tandır is een steenoven, die zich in de grond bevindt (oude systeem) of opgemetseld op de grond, in een halfopen ruimte voor het huis. En de vrouwen stoken deze een keer per week en met feestdagen vaker vanwege de te verwachten gasten.

In de oven gaan dunne snel brandende takken van de druiven en andere struiken. Dat geeft een heet vuur. Er moet niet te veel in, want dan wordt de Tandır te heet, maar ook niet te weinig, want dan gaart het eten niet.
Het moet precies goed zijn, op een gasfornuis regelt men dit met knoppen…

Het stoken van de Tandıroven duurt de hele dag. Zodra het vuur uitgebrand is en de oven opgewarmd, wordt de as bij elkaar geveegd op een hoopje in het midden en afgedekt met een metalen plaat. Zo blijft het bergje as warmte uitstralen maar geeft geen vlekken op een eventueel gevallen brood.

Deeg wordt geplakt in een vloertandır


Bolletjes deeg worden tegen de binnenwand van de Tandır gedrukt. Daarna maakt men een gat in het midden van het deeg, om later het vastgebakken broodje van de wand af te kunnen trekken met een stok. Men herhaalt dit bakken drie keer en het levert rond de dertig broden op.

Gebakken Tandırbrood


Het brood wordt met een stok uit een hoge tandıroven gehaald

Er wordt meteen van gegeten met boter, pekmez (druivenstroop) en hete thee.


Na deze baksessie wordt de as opgeruimd en is de bodem van de Tandır weer vlak, zodat voedselpotten stabiel kunnen blijven staan.
De eerder gebruikte en zwartgebakerde potten worden gevuld met soep, verse groenten en vlees. Het gaat om terracotta-gebakken potten die met de hand gemaakt worden in het pottenbakkersdorp Avanos langs de rivier de Kızılırmak (Rode rivier).

De gevulde Tandır wordt afgedekt met een dikke steen en de potten blijven erin staan tot de maaltijd gegeten wordt. Meestal zo rond vijf uur ’s middags, als de kinderen uit school zijn en de werkers van het land.

Vuur in een hoge Tandır


Zwartgebakerde potten onderin de Tandır


Het Tandıreten wordt overgegoten in een grote schaal waar men zittend op de grond gezamelijk uit eet. Bij een feestelijke gelegenheid eet men van individuele borden.
Samen met het brood eet men ook turşu, een gepikkelde variëteit van stevige groentes, die wij voornamelijk kennen als augurken.

Tandıreten wordt in grote schalen overgegoten


Grote kans dat er een schoteltje of brood vandaag naar ons toekomt. Een Turk deelt altijd en men eet nooit alleen!
Kennen we in de ‘westerse wereld’ dit soort eten tegenwoordig niet als slow-food? Op het Turkse platteland hebben ze fast-food nooit leren kennen.
Gelukkig maar! Ik hoop dat de schoorsteentjes nog lang mogen roken op maandagmorgen: weer of geen weer.

We waren hem al twee dagen kwijt…
En daar Keesje de kat er eigenlijk altijd is, om te eten en lekker op de bank te liggen, begonnen we ons gisterenavond aardig zorgen te maken.

Dus rond 9 uur een stukje naar het benedendorp gelopen en geroepen en geluisterd naar antwoord. En ja hoor, ter hoogte van het lege hotel van Sema in een wijkje waar geen mensen meer wonen klonk er poezegehuil. Vanuit haar onderste kamer leek het.
Paul is naar het plein gegaan en heeft Sabit usta (Tu: meester) gehaald die de sleutels heeft. Heel het hotel doorzocht: géén Keesje. In de onderste kamer vanaf het balkon hard geroepen… En daar hoorden we het gehuil weer.
Wat bleek, hij zat ergens aan de overkant van de vallei vast.
Wij ernaar toe en ons langzaam de vallei in laten zakken langs een steile helling, met zaklantaarns. En uiteindelijk vonden we hem in een gat 6 meter boven de grond: een duiventil in de valleiwand. En gelukkig scheen de volle maan, dus konden we hem goed zien zitten.


Een nachtelijk avontuur


Meteen een dikke lange zware tak gepakt en voor het gat gehouden, maar dat hielden we niet lang uit. En het was volkomen uitgesloten dat ie daar op korte termijn op zou stappen, we zagen alleen maar een mauwend en nerveus poezesnoetje daarboven. Maar goed, we wisten waar ie was, dus dat was al iets…
Teruggegaan naar huis om nog wat lange planken te halen en ‘lok’brokjes. En weer de vallei in om de planken aan elkaar te binden en op te tillen naar het gat, om Keesje een makkelijkere afstap te geven…

Inmiddels was het al 12 uur ’s nachts, dus de planken laten staan, brokjes eronder gezet en maar hopen dat we ergens gedurende de nacht het kattenluikje zouden horen klepperen, wat ‘Keesje Thuis’ zou betekenen. Maar nee, geen Kees, en natuurlijk niet slapen, want we dachten de hele tijd aan dat arme beessie in dat donkere holletje…

De volgende ochtend heb ik naar Mehmet Ali gebeld, die én van klimmen houdt én altijd erg goede ideeën heeft. Die kwam met een ladder en nog een plank en zijn zoon Ibrahim.


Het reddingsteam!

Het reddingsteam


Enfin, je snapt het: NIET Keesje naar beneden, maar Mehmet Ali naar boven. Eerst via een makkelijk weg linksom naar een grot. Maar die grotten bleken zich onderling niet te verbinden met de duiventil waar Kees zat. Dus toen via de moeilijke weg: rechtstreeks naar Kees, wiens grot zich helaas in een wat overhangende rots bevond.

Keesje bijna gered

Hebbes!



Nou de plaatjes laten het al zien, we hebben hem gered, hij KRIJJJJSTE op die plank, maar Paul pakte ‘m aan van Mehmet Ali en slingerde hem zo naar beneden waar Wolkje hem opwachtte die werkelijk oprecht blij was om hem te zien.

Keesje en Wolkje weer samen


Wolkje had overigens alle wandelingen van ons de avond ervoor, en van Paul met Mehmet Ali plus zoon geëscorteerd. Hij was er erg mee bezig en liep de hele tijd onderaan de duiventil te miauwen naar Kees. Die terugmauwde. Dat was erg aandoenlijk!

Nou, kijk maar naar de plaatjes. Het was een heel avontuur!! En Kees is weer thuis: alive and kicking. Alhoewel hij nog niet kan eten van de stress. Om eten begint ie nu pas te zeuren, tijdens het schrijven van dit blogje. Ik ga hem maar wat geven.
En voor ons is er het denkvoer over hoe hij erin gekomen is…

De hieronder beschreven huizen zijn van enkele mensen in mijn dorp die ik persoonlijk ken.
Trouwen is in het Turks ‘evlenmek’ (met huis geraken) en huizen zijn van wezensbelang voor de gezinnen. Het zijn grote grotwoningen met opslagruimtes en ze houden er hun dieren: koeien, ezels, schapen, kippen. Zowel de huizen en de mensen zijn nog traditioneel. De vrouwen zijn gesluierd en de mannen trouwe theehuisbezoekers.

Het huis van tante Hasibe.
Dit huis is nog een huis oude stijl. En met oud bedoel ik, zoals het door de eeuwen heen was: zeer basaal en vooral pragmatisch. Cradle2cradle noemen we dat nu…
In de ruimte achter de voordeur is een klein kraantje voor al het watergebruik. En de wc is buiten naast de tandiroven. Boven heeft ze een gestoffeerde kamer waar alles gebeurt: verwarmen, slapen, wassen, tv-kijken (is al jaren stuk), zitten en eten. Ook is er een keuken met een opslag, een 4-pitter op de grond en een grote ijskast, tevens de enige elektrıciteitsverbruiker in het huis. Hasibe’s maandelijkse elektrarekening is 3 € want ze gaat met de kippen op stok.
Hasibe is 75 en haar man Durmuş ook. Hasibe is de baas in huis en dat laat ze haar man goed weten. Maar Durmuş is dementerende en vraagt herhaaldelijk aan haar wat hij moet doen. Ze vertelt het hem elke keer met harde stem. De buren moeten er om lachen.
Ze hebben vier zonen met geld, want die hebben allemaal handeltjes, dus Hasibe en Durmuş zitten nooit om geld verlegen. Niet dat het wat uitmaakt, want ze kunnen niet tellen.
De tuinen buiten het dorp zijn hun waardevolle bezit. De oogst wordt door Durmuş lopend binnengebracht en is hun dagelijkse voedsel. Hun ezel is vorig jaar dood gegaan en ze kopen geen nieuwe meer.

Hasibe's keuken

Het huis van Mediha.
Een droef huis tegenover het huis van Hasibe en het ligt ook aan onze straat.
Mediha is naar Ibrahimpaşa gebracht vanuit Taşkinpaşa, toen ze trouwde met Mustafa uit ons dorp. Haar man is lui en zijn moeder niet al te sympathiek. Ze zien haar als de werkster en Mediha is niet gelukkig, daar is ze zelf ook vrij uitgesproken over. Ze komt uit een warm en open gezin wat ze mist.
Ze heeft twee dochters. En gelukkig heeft ze besloten dat haar dochters gaan studeren; een is al op weg. Maar ze hebben nauwelijks geld, dus Mediha punnikt sokjes die ik voor teveel geld verkoop aan mijn buitenlandse gasten. Op die manier betaalt ze ook de telefoonrekening en melk voor haar jongste dochter, die nog thuis woont. Soms leen ik haar geld. Dit voorjaar nog om de hoefjes van haar ezel te laten kappen. Ze gaat met dit dier dagelijks naar de landerijen en scharrelt zo hun vooraadje bij elkaar. En haar man paft het schaarse geld op en zit dagenlang in het theehuis…

Mediha (2e v. l.) en familie uit Taşkinpaşa

Het huis van Mehmet Ali.
Dit gaat niet over zijn woonhuis, hoewel ik dat wel ken.
Dit gaat over zijn gehuurde winkel: ook een prachtig huis. Dit ligt in de hoofdstraat van ons dorp.
Het is eigenlijk een ruïne, althans bijna. Geen ruit is heel, maar er is elektriciteit en zijn restauratiewerkplaats heeft een kachel.
Hij verkoopt de raarste spullen. Veelal ouwe troep die hij tijdens zijn tochten langs de boeren in de provincie verzamelt. En soms zit er iets ‘heel aparts’ tussen.
Maar laatst kwam ik erachter dat er ook spullen tussen zitten die hij niet verkoopt. Dit kan zijn vanwege de uniciteit. Zoals een paar Ottomaanse handgemaakte kaarten. Ook heeft hij voddige restjes van antieke tapijten die als excellente voorbeelden kunnen dienen voor de geïnnoveerde tapijtindustrie in Turkije. De kast waar ze in liggen is weer wel te koop.
Klanten zijn veelal de langswandelende zomertoeristen. En onze kunstenaars.
Deze laatsten maken grif gebruik van zijn plek, om er rond te scharrelen en spullen te vinden voor hun kunstwerken. Dit jaar heeft Mehmet Ali samengewerkt met Monika Kimrey, een Amerikaanse die net als hij, alles wat ze verzamelde aan elkaar knoopte, plakte en timmerde. Dit heeft geresulteerd in een serie unieke lijstjes voor haar kleine pentekeningen.
>>>Zie: Monika Kimrey’s residency project<<<

Mehmet Ali works on Monika Kimrey's art pieces

Het huis van Şerife.
Dit is een gelukkig huis. Alhoewel Şerife aan Ali uitgehuwelijkt is toen ze pas 16 was, zijn ze nog steeds verliefd. Ze hebben een leuke dochter Merve van 15 en een zoontje Sefa van 1 ½. Ze zijn tijdelijk onze dichtstbij wonende buren. Ze bouwen een nieuw huis hogerop in het dorp waar ze, voor de winter écht toeslaat, naartoe verhuizen.
Şerife mag nieuwsgierig zijn van haar man. Dat betekent dat ze regelmatig bij ons voor de deur staat om te informeren naar van alles en nog wat. En zeker als onze kunstenaarsgasten het leuk vinden, kijkt ze graag naar hun werk. Soms werkt ze mee.
Şerife lacht veel. En ook haar kinderen. Deze zomer stonden Ali en Şerife samen omhelsd op hun hoogste dak met een paarsrode zonsondergang achter ze. Ze wisten dat ons uitzicht op hen beiden in die kleurschakering subliem moest zijn.

Şerife's huis door het gat in onze poort.

Het huis van Kuş Mehmet.
Weer geen huis maar zijn Winkel-van-Sinkel van 3 m2 op het dorpsplein. Voor mannen is het woonhuis nou eenmaal minder belangrijk dan voor hun vrouwen. De werkplek is waar de man 24-uur per dag minus de uren slaap vertoeft.
Kuş Mehmet betekent Vogeltjes Mehmet, genoemd naar zijn vader.
Zijn winkel heet dus Vogetjes Winkel (Kuş Bakkal). Soms noemen de dorpelingen hem Vogel. Kuş.
Vogel verkoopt alles vanaf de kleine schapjes in zijn winkel. En ‘alles’ betekent wat de dorpelingen dagelijks nodig hebben. Dat is geen ruime keus, want ze halen immers alles van de tuinen en maken dat in, of ruilen dat met andere producten.
Wat gekocht wordt zijn vooral: sigaretten, brood en producten als thee, suiker, zeep en olie. Frisdranken is al moeilijker. Maar yoghurt en vlees heeft hij nooit en ook geen groente.
Sinds er veel restauraties in ons dorp gaande zijn heeft hij ook een toaster om lunches voor de arbeiders te kunnen maken. Een zwaar hitteapparaat waar hij een heel doorgesneden brood tussen plet en roostert, gevuld met tomatensaus, kaas en worst. Lisa MacLean noemde hem de ‘toastmaster’.
Tot een half jaar geleden was hij het enige ‘restaurant’ in het dorp.

Kuş Mehmet's winkel (foto Lisa MacLean)

Wordt vervolgd…

Met projectleider Emine van het NIHAnkara (Nederlands Instituut voor Hoger Onderwijs in Ankara) proberen we EKOKAP, een ecologisch onderzoeks-, studie- en constructieproject met een Coca-Cola & UNDP fonds genaamd Hayata+ (Life+), op de rails te krijgen.

EKOKAP betreft een afvalwaterzuiveringssysteem in de vallei direct naast ons dorp. Ibrahimpaşa heeft nog een open riool en vooral als het hoogzomer is en heet, wil de open zwarte plomp onder ons raam nog wel eens flink stinken… Er worden twee geschakelde ondiepe waterbassins gebouwd met buizen en een pompinstallatie erin, draaiend op zonne-energie. Afvalwater komt er schoon genoeg weer uit om de tuinen mee te bevloeien, zodat een valleivernietigend rioolbuizennet overbodig wordt.
En dat is het doel van dit testproject: elk dorp krijgt zijn eigen afvalwateroplossing op maat gemaakt.

Afvalwater in de vallei van Ibrahimpaşa

Afvalwater in de vallei van Ibrahimpaşa


De gehele projectontwikkeling wordt gevolgd door de studenten Ecologie van de hogere beroepsopleiding Cappadocië (KMYO) in Mustafapaşa. Het harde klimaat moet eerst een jaar over de constructie heengaan om te kijken of de micro-organismen in het rietland overleven en het zuiveringswerk blijven doen.
Het hele concept is nieuw in Turkije en wordt uitgevoerd door Yabataş Mühendislik een Turks ingenieursbedrijf met ecologische specialisatie. We zijn, met gemeenschappelijke krachten, al twee jaar bezig om het project van de grond te krijgen in organisatorische zin. Lezingen, presentaties en kunstprojecten hebben EKOKAP (Ecologisch Kapadokya) breed aangekondigd in de regio.
Mijn EKOKAP presentatie aan breed Cappadocisch publiek

Mijn EKOKAP presentatie aan breed Cappadocisch publiek


Ondertussen heeft onze burgemeester (Muhtar) gewisseld met de vorige, tijdens de recente verkiezingen in het voorjaar 2009. De laatste inspanningen om het ecologische rietland te realiseren worden nu gedaan met de nieuwe Muhtar van Ibrahimpaşa. Deze is nog niet ingevoerd in zijn nieuwe baan, laat staan in zo’n specialisaties internationaal doorontwikkeld project als EKOKAP.
Talloze telefoontjes zijn al over en weer gegaan om te informeren en de laatste ondertekende documenten in handen te krijgen van: de Muhtar-zelf, de provinciegouverneur (Vali), de regiogouverneur (Kaymakam) en de regiocommissie voor behoud van landschap en cultuur (Koruma Kurulu). De laatste groep geeft het definitieve fiat middels een aanstaande vergadering, bovenop de enorme stapel uitgeprinte en handgeschreven ondergetekende documenten.

Ondertussen wacht er een ongeduldig fonds van 50.000 $…

Voor de een sessie ‘presenteren & ondertekenen’, heb ik onze Muhtar laatst rondgereden in mijn blauwe Berlingo met NL-nummerbord, op zoek naar de juiste procedures en handtekenaars. De Muhtar is een boerse en traditionele man die gewend is aan z’n landerijtjes; en ook dat zijn gesluierde vrouw hem zonder vragen overal volgt. Ik zie zijn driftige handgebaartjes nog voor me waarmee hij mij in het gareel probeerde te houden.
Maar bij elke instantie heb ik in de loop van de projectontwikkeling mensen leren kennen, zodat de systematisch aan mij uitgereikte handen mij achter de Muhtar vandaan plukten en op de voorgrond zetten. Aan het eind van de dag mocht ik dan ook wat meer naast de Muhtar lopen…

Mijn onzichtbare steun, Emine van het NIHA, begeleidde me via de mobiele telefoon door de wirwar van procedures. Want alles wat je uitstippelt is anders als je het ook daadwerkelijk uitvoert… Toen we de dag begonnen, waren haar concluderende woorden aan de telefoon: “Dit is de te bewandelen weg vandaag, maar vergeet vooral de Muhtar niet mee te nemen, anders bereik je niets”.
De Muhtar heb ik dus de hele dag gevolgd, waarbij de te volgen procedure veranderde waar je bijstond. Mijn dieselauto bracht ons als een ganzebordpionnetje naar de diverse overheidsgebouwen in de provincie Nevşehir.
En nu is het wachten op de uitkomst van de aanstaande vergadering van de Koruma Kurulu en de start van de bouw.

Wordt vervolgd…

Ibrahimpaşa Muhtar voor het Nevşehir provinciegebouw (İl Özel İdaresi)

Ibrahimpaşa Muhtar voor het Nevşehir provinciegebouw (İl Özel İdaresi)

Mediha en haar man en schoonmoeder, van hogerop in het straatje, hebben een ezeltje.
Een échte werkezel.
Het kleine en sterke dier zwoegt in de zomer met de familie en staat in de winter stil. Hij tilt zware lasten van en naar de diverse velden. Mest, water en plantjes gaan erheen op de ezelrug met Mediha erbovenop. De oogst komt wat later in het jaar wekelijks terug: tomaten, uien, druiven, grote pompoenen en helemaal aan het eind: hout.
In de winter heeft de ezel niets te doen en staat maanden achtereen alleen in een donkere grot te wachten op… wat?… tja…

Ondertussen groeien de hoefjes door, want het dier wordt niet ‘uitgelaten’, ze slijten dus niet. Zo bang als men zelf is om ziek te worden en daarom drie koude sneeuwmaanden binnenblijft bij de hete kachel, zo behandelt men ook het vee.
Ik weet beter: een beetje frisse lucht kan geen kwaad en zeker de spieren, die gewend zijn om te werken, moeten dagelijks in beweging worden gebracht… Maar nee, een passieve winterperiode is het lot van mens en dier hier in de regio. Waarschijnlijk gaat het al eeuwen zo.

Als de ezel in het voorjaar stram tevoorschijn komt uit zijn ‘oubliëtte’ (denkend aan het prozadebuut van Simon Vestdijk, is dat mijn gevoel over het ezelbestaan), staat ie op ver doorgegroeide sloffen en doorgezakte enkels te wennen aan het licht en zijn relatieve vrijheid.

Twee keer in het voorjaar komt de hoefsmid uit een ander dorp met een kar vol uitrusting om al die doorgegroeide ezelhoefjes te kappen en met ijzertjes te beslaan. Vroeger was dat eens per week omdat iedereen een ezel had, nu veel minder omdat de meesten tractors en auto’s hebben. Alleen de allerarmsten hebben nog een ezel.
En daarin heb je de onderlaag die zelfs het kappen niet zonder moeite kunnen betalen en de hoefsmid soms verstek moeten laten gaan… Ondertussen werkt het ezeltje door.

Laatst was Mediha haar ezel hoog aan het opladen en ik zag de doorgegroeide hoeven. Dat ging me te ver en ik ben op haar afgestapt. Ze zei, dat ze er zelf niet op zou gaan zitten. Wat moet ze anders… het was duidelijk een patstelling. Ik heb haar wat geld gegeven en gelukkig was de ezel een week later beslagen.

Nu stalt ze haar ezel blij naast ons huis: “Leuk voor je gasten om naar te kijken” was haar opmerking, en gelijk heeft ze. Ezels zijn lieve dieren, zeker die van haar. Ik heb meteen een dankbare portretserie van hem gemaakt: >hier volledig te zien<

Mediha's ezel op het oude dorpsplein

Mediha's ezel op het oude dorpsplein


Mediha's ezeltje

Mediha's ezeltje


Pas gekapte hoefjes

Pas gekapte hoefjes

Ons dorp Ibrahimpaşa heeft een boven- en benedendorp met een aparte historie. Het benedendorp is het het oude Babayan en is het historische Armeense en/of Griekse deel.
Alle huizen zijn in valleiwanden gehakt en bestaan uit grotten en aangebouwde tufstenen constructies met prachtige steendecoraties. Ze hebben aarden daken met gras erop en zijn groot: vijftien tot twintig ruimtes en een binnenplaats. Aangetrouwde families woonden er bij elkaar (de sülale) en hadden een economische verbondenheid en afhankelijkheid, die ze sterk en autonoom maakte in de zware klimatologische en geïsoleerde omstandigheid van het dorp en de Anatolische Hoogvlakte (zomer +40, winter -20).

De binnenplaats van het boerencomplex vormt het centrale deel en eromheen liggen de grotten en kamers. De grotten waren veelal de stallen, opslag en de keuken, een minifabriekje voor kaas, brood, inmaak en ander dagelijks voedsel.
De mensen leefden met de dieren want dieren geven gratis warmte en er kwamen toen geen kolen naar het dorp en hout was schaars. Cappadocië is steppegebied met aangeplante fruitbomen en druiven. De grootste grot met de tandir (steenoven) in de vloer was het absolute centrale punt van het huis waar de voedselbereiding plaatsvond op een warm vuur, en daar speelde zich het hele jaar het sociale leven af.

Het bovendorp is nieuw(er). Nadat de auto zijn intrede had gedaan, trokken ondernemende Babayanners het dorp uit en raakten hierdoor in goede doen. Ze verdienden met vervoer en handel in Turkije, maar reden ook op Syrië en Irak. Met die inkomsten bouwden ze hogerop langs de nieuwe dorpsweg betonnen huizen met grote voorraadschuren onder het huis en een parkeerplaats voor de truck. De armere gezinnen bleven beneden wonen en waren alleen te bereiken met de ezel of te voet. Zij bleven wie ze waren: keuterboertjes.

Ibrahimpaşa / Babayan

Ibrahimpaşa / Babayan


Het ‘nieuwe’ plein heette vroeger de ‘Harman’, de dorsvloer, en was het vrouwen-werkterrein waar de oogsten werden verwerkt tot voedsel. Erboven waren geen huizen meer. En een weg was er toen ook nog niet.
Tegenwoordig is het het centrum van het dorp en tot hier kunnen de auto’s komen via de asfaltweg om er te parkeren. Soms worden er gasten van ons opgehaald met de taxi en dan zeg ik dat ze op de Harman staan te wachten. De Turk glimlacht dan om het feit dat ik het ouderwetse woord ‘Harman’ gebruik, maar weet precies wat ik bedoel…
Paul zittend met de mannen op de vroegere 'Harman'

Paul zittend met de mannen op de vroegere 'Harman'


In het benedendeel van Babayan staat ons huis aan het oude dorpsplein dat toen ‘Toplantı Yeri’ heette, samen met de kleine kerk met beltoren (en later moskee), de dorpsbron met wasplaats en een openbaar toilet. Het was de openbare vergaderplek voor de mannen om te zitten en te praten over voornamelijk het geloof, de oogst, en de huwelijken. Het pleintje is nu leeg.
De vrouwen waren boven aan het werk op de ‘Harman’, en de mannen zaten te vergaderen op de ‘Toplantı Yeri’.
De 'Toplantı Yeri' naast ons huis in Babayan

De 'Toplantı Yeri' naast ons huis in Babayan


En eigenlijk is dat nog niets veranderd, behalve dat met de dorpse verschuiving naar boven de mannen tegenwoordig op de oude ‘Harman’ thee zitten te drinken en er hun ‘Toplantı Yeri’ van hebben gemaakt. De vrouwen werken gestaag door…
Dorpsvrouwen aan het werk...

Dorpsvrouwen aan het werk

Ibrahimpaşa is de Turkse naam van het dorp waar ik woon, de vorige officiële dorpsnaam was Babayan. Men is er niet uit of het dorp van oorsprong Grieks of Armeens is, maar alle dorpelingen noemen zich nog Babayan’er… en wij ook: “Babayanlıyız” (wij zijn van Babayan). De Ottomaanse GrootVizier Ibrahim Pasha (Damat Ibrahim Pasha 1662-1730) heeft het drinkwater uit de bron vanuit Kavak, een belendend dorp, naar ons dorp toe geleid via natuurlijke ondergrondse kanalen. De dorpsbewoners waren hem zo dankbaar hiervoor dat ze het water Vizierwater (Turks: ‘Vizirsu’) hebben gedoopt en het dorp naar hem: Ibrahimpaşa.
Hij was ook degene die de provinciehoofdstad Nevşehir van veertien huizen tot grote stad heeft getransformeerd.
Een man met visie.

De pasha kennen wij uit Duizend-En-Een-Nacht en andere sprookjes. Zulk soort namen als Sultan, Sheherazade, Harem, Ali Baba (Vader Ali, maar ook de naam van een mafiahoofd) klinken spannend en exotisch, en stammen uit romantische tijden waarin gesluierde vrouwen nog begerenswaardig waren en zich onbekommerd lieten schaken door prinsen (pasha’s) op witte paarden, om in opperst geluk samen te verdwijnen in een volle maan aan de horizon…
De Pasha is dik en rijk, regeert een volk(je) heeft een paleis en een hof, heeft ook een grote mannelijke Ottomaanse snor en verder alles wat zijn hartje begeert. Kortom een echte sprookjesvorst en hij neemt het ervan.

Gisteren waren we met Ibrahim, een dorpsgenoot, in de gereedschapswinkel. Voor een boormachine. Hij is een goede vriend van ons en de zoon van Mehmet Ali de antiekhandelaar (antiekscharrelaar). We werken al jaren samen met dit gezin en ik ken Ibrahim van jongs af aan. Al het ‘antiek’ in ons huis is afkomstig van Mehmet Ali zijn struinerijen in de omgeving. En Ibrahim helpt ons met de doorlopende kluswerkzaamheden. En gisteren dus met de aankoop van een boor. We rekenden af en het gesprek kwam op zijn naam en ik maakte een grapje dat hij onze (Ibrahim) pasha is. Hij draaide half lachend en half schaamtevol weg, té veel eer… en bedankte me serieus: “teşekkür ederim”.

Ibrahim is onze huidige pasha dus niet, hij is te nederig om deze titel aan te nemen. Maar wie dan wel?
(Wordt vervolgd…)

Mehmet Ali, antiekhandelaar en vader van Ibrahim

Mehmet Ali, antiekhandelaar en vader van Ibrahim


Grootvizier (pasha) Ibrahim

Grootvizier (pasha) Ibrahim


Paul de Pasha van Ibrahimpaşa?

Paul de Pasha van Ibrahimpasa?

Beetje dik…

08/03/2009

ik

ik

Gisteren zijn we een stuk gaan wandelen.
Twee redenen: de lente komt eraan en daar wil ik volop van genieten en ik ben te dik. Het eerste is erg prettig het tweede is wat minder, want als ik me vooroverbuig om mijn wandelschoenen aan te doen is dat een benauwde zaak.
Ik ben niet zo’n wandeltype, maar als ik er eenmaal op uit ben, vermaak ik me enorm. Vooral in deze Cappadocische omgeving is er ‘never a dull moment’ voor mijn nieuwe camera. De macrolens en de prachtige minescuul kleine bloemetjes die nu de grond uit piepen, dwingen me om mijn buig-en-strek oefeningen te doen.
Tsja, en dan zit ik nu weer bewegingsarm achter de computer om de boel in te laden en al het moois te delen…

gelebloem

De abrikozenknoppen openen in de warme wind

De abrikozenknoppen openen in de warme wind

De minaret van Babayan

De minaret van Babayan

Cappadocische woningen in tufsteen.

Cappadocische woningen in tufsteen.

Zuidenwind

06/03/2009

De derde zuidenwind (‘Cemre’ in het Turks) waait nu over de Anatolische Hoogvlakte. De aankondiging van de lente.
Ik heb net gewandeld door de valleien rond mijn dorp Ibrahimpaşa (de oude naam is Babayan) en zag overal de plantjen en bloemetjes uit de grond komen. Hier en daar liggen nog hele kleine toefjes sneeuw, maar die zijn binnen een paar uur gesmolten.

Ibrahimpaşa in de lente

Ibrahimpaşa in de lente


Keesje de kat holde met ons mee en legde het traject wel vijf keer af, omdat hij ook de hoge bomen niet oversloeg. Op de terugweg hing zijn tong uit zijn bek en was hij aan het hijgen: een gek gezicht.
Keesje Kruimel

Keesje Kruimel


En dan heb ik nog een houten huisje in Otterlo, en daar piepen de sneeuwklokjes ook uit de grond. De foto is van Yve, onze correspondent in Nederland.
In de tuin in Otterlo

In de tuin in Otterlo