Al eerder heb ik geschreven over het leven in twee werelden: Slierten in mijn hoofd. En nu werd deze ervaring aangescherpt door de volgende gebeurtenis.

Het begon met deze droom op de vroege ochtend van 24 november 2012.
Ik zit in de huiskamer van mijn ouderlijk huis op de grond en houd een envelop met een brief vast van de moeder van mijn moeder die we Opie noemden. De brief wordt steeds dikker in mijn handen en bolt helemaal op tot er op een gegeven moment een vonk uitspringt. Deze verdwijnt over mijn schouder naar achteren. Mijn zwarte kat Wolkje zit op mijn schoot en ik pak hem stevig vast, want het voelt niet goed en zelfs bedreigend. Ik kijk achter me en zie niets, maar als ik weer voor me kijk zit er een groot donker beerachtig monster naar me te staren. Ik schrik me dood en schreeuw. Door de schreeuw word ik wakker en ik lig in mijn Turkse slaapkamer in de grijs diffuse ochtendschemer. Ik trek aan het lichtkoordje van de lamp boven me, maar de lamp gaat niet aan. P mijn man, ligt naast me te slapen en ik zie drie armen aan zijn kant. Ik schrik en schreeuw weer, maar nu komt er geen geluid uit mijn keel. En terwijl ik doorkerm word ik wakker…
Ik heb geen lamp met een lichtkoordje, zie ik nu, en P ligt naast me met twee armen. Hoewel ik eerst twijfel weet ik na een paar minuten dat ik écht wakker ben. Ik vertel P mijn nachtmerrie.

Diezelfde avond werd ik gebeld door mijn broer, omdat mijn moeder die middag een zeer zware beroerte had gehad en in coma was geraakt. Of ik meteen kon komen. En met de assistentie van mijn verzekering arriveerde ik aan het eind van de middag van de volgende dag aan het bed van mijn moeder. Ze was diep in slaap leek het.

Samen lezen in verpleeghuis De Burcht, Rotterdam, 17 oktober 2012

Samen lezen in verpleeghuis De Burcht, Rotterdam, 17 oktober 2012


Mijn moeder verbleef al zeven jaar in diverse verpleeghuizen in Rotterdam en dit was haar derde grote beroerte. Omdat ze aan het begin van het zorgtraject een euthanasieverklaring had laten opstellen hebben we niet geprobeerd haar uit de coma te halen of deze onnodig te rekken. Een week later overleed ze om 3 uur ’s ochtends op zondag 2 december 2012. Haar crematie was op 7 december. Mijn broer en ik hadden redelijk de tijd om alle adressen te verifiëren en een mooie crematieplechtigheid te maken.
Opie (mijn oma waar ik de droombrief van kreeg) was componiste en pianiste. In 1978 had haar neef Barend van Veen met een zeer modern apparaat, een cassettedek, opnames gemaakt van haar zelf gespeelde en gecomponeerde pianowerken. Ons gezin woonde, vanwege de woningnood in naoorlogs Rotterdam, bij mijn grootouders in hun grote huis. Opie had daar in haar huiskamer twee zwarte Steinway vleugels staan en wij woonden op de verdiepingen daarboven. Dagelijks hoorde ik haar spelen en oefenen op werken van andere componisten en van zichzelf. Ik kende haar pianostukken dus goed maar had ze, toen ik de cassettebandjes terugluisterde, vele jaren niet meer gehoord.
Voor ma’s crematie hebben we een van die opnames uitgezocht. Want bijzonder is het als een moeder postuum op de crematie van haar dochter haar eigen muziek uitvoert. Ook hebben we uitgevoerde kamermuziek met harp van haar hand uitgezocht en de dochters van mijn broer hebben speciaal een lied gezongen en via een opname laten horen. Bloemen, foto’s en vrienden maakten de plechtigheid compleet.
deze wat oudere foto van ma hebben we laten zien bij haar crematie

deze wat oudere foto van ma hebben we laten zien bij haar crematie


Ook moest haar verpleeghuiskamer binnen vijf dagen (..) worden opgeruimd vanwege de wachtlijst en zo gingen haar laatste persoonlijke spulletjes door mijn handen. Gelukkig was er niet zo veel meer. De grote flat waar ze vroeger in woonde hadden we al jaren eerder opgeruimd. Ze kwam er toch niet meer.

Op 18 december vloog ik met P weer naar Turkije. Dat was gisteren.

En terwijl ik hier ben en terugkijk, lijken die ruim drie weken dat ik in Nederland was, als een droom. Zo anders en zo los van mijn dagelijks leven.
Hier zijn de poezen en de ezel, en dat grote bewerkelijke grothuis met vele trappen, de art residency met kunstenaars in soorten en maten. Cappadocië, dat gekke landschap waar ik in woon en op uitkijk. Het Turkse dorp waar iedereen bij mijn aankomst wist dat mijn moeder overleden was, omdat er ‘het lopend vuurtje’ nog bestaat, “başın sağolsun”: gecondoleerd. Een dochter van een kennis in het dorp had het op Facebook gelezen… en dat had zich rond gezongen. De buren, kennissen en vrienden die hun eigen Turkse sores hebben en deze meteen met me deelden na de condoleance. En door dit alles lijkt de afgelopen tijd in Nederland een droom waar vanuit ik wakker werd.
Alleen het verdriet over het laatste deel van mijn moeders leven en haar dood huist reëel in me.
Zoals Hanim, mijn Turkse moeder tegen me zei toen haar moeder overleed: “Het voelt alsof je wilt bellen met haar en er wordt niet opgenomen aan de andere kant van de lijn.” Letterlijk én figuurlijk heb ik mijn moeder door de jaren heen lange periodes in het jaar alleen telefonisch gesproken.
Het is nu stil aan de andere kant van die telefoonlijn tussen twee werelden.

'Sophia' portret van mijn moeder: 13 jaar

‘Sophia’ portret van mijn moeder: 13 jaar

Advertenties

Het échte Turkije?

02/09/2011

Toen ik drieëntwintig jaar geleden in Turkije kwam en vervolgens Turkse vrienden leerde kennen werd me ‘Het échte Turkije’ aangeboden. Als nieuwkomer was ik blij, want dit verhief me boven andere Turkijeconsumenten leek me. Ik voelde me dus vereerd toen en vermoedde dat dit de directe laag was onder de aangeboden toeristenfacade van hotels, pensions, souvenir-tapijt-leerwinkels en de reisjes- en tripjesbureaus.

Het bijzondere van het denken in lagen is dat als je door een laag heen bent gegaan deze zich vervolgens verkleeft met de andere lagen tot een grote ervaring. Waardoor je in feite steeds verder treedt in Het échte Turkije.

Naile, Şeküre en ik


Iedereen kent wel het gevoel, dat naarmate je van iets meer af komt te weten, het lijkt alsof je er juist steeds minder vanaf weet door de diversiteit die zich openbaart. Die fase ben ik gelukkig voorbij, want deze maakte mij onzeker (“wie ben ik in deze Turkse context?”). Maar ik herken deze houding nu goed bij de Nederlandse allochtonen.

Tot Het échte Turkije behoort ook de toeristenfacade, ben ik inmiddels achter. Zowel Turkse als buitenlandse toeristen genieten volop van ’s lands aangeboden pret, franje en toeristenmeuk. En sommige van de kunstenaars die bij ons werken gebruiken die meuk zelfs voor hun projecten. Want meuk plus meuk is Kunst, mits goed gemaakt.

Dat is één manier om Het échte Turkije te leren kennen: via een kunstzinnige bypass. Die buit ik inmiddels uit via een eigen Artist-in-Residency en mijn eigen werk.

Een andere manier is door er te gaan wonen. Dat heb ik gedaan en zo werd ik langzaam maar zeker op een vanzelfsprekende wijze ingewijd in de Turkse cultuur. Of ik wilde of niet, want het moést. Liet ik me niet inwijden dan zou ik zeker weer vertrokken zijn. Met als voornaamste reden dat hetgeen ik tegenkwam van een bijzonder andere orde was dan hetgeen ik thuis gewend was. De mooie Cappadocische natuur zou dan een te gering houvast zijn gebleken. Zo heb ik veel buitenlandse vrienden en kennissen – al dan niet getrouwd met een Turk – verrijkt maar opgelucht weer terug zien gaan naar de thuislanden. De combinatie nomadisch en Aziatisch is niet 1-2-3 te doorgronden en is zowel een leefwijze én een cultuur. Wij Nederlanders vatten dat samen onder de noemer gastvrij (“de Turken zijn zo gastvrij”). Dit klopt.
Maar juist die gastvrijheid is weer onderdeel van een strak geregelde economie op netwerkbasis. En de toerist wordt geacht te consumeren, doet dat groepsgewijs (georganiseerd) op de toeristische high-lights en draagt op die manier het economische steentje bij. Maar, als je als buitenlander niet meer als toerist in het land woont, dien je op eigen houtje bij te dragen aan die economie. En op een gegeven moment moet je de netwerkregels kennen.
Dat is les een.

Tante Hasibe, Özge en ik


Les twee is het begrijpen dat je straf kunt krijgen als je je niet aan de regels houdt. Zie de vele Turkse dorpen als clusters van netwerken (vroeger: tentenkampen) van ‘uitgebreide families’ (sülale) die aan elkaar verplicht zijn. De regels die daarbij horen houden voornamelijk in dat je je verhoudt tot je eigen cluster en met de andere clusters voer je handel of is je vijand. Elke ‘cent’ die wordt uitgegeven en geïnd is ten behoeve van het eigen netwerk. Zoals de uithuwelijkingsrituelen dé terugbetaalmomenten zijn en tevens investeringen in pas-getrouwden. Een goed boek als geschenk op het huwelijk mag altijd, maar heeft geen waarde. Geschonken goud, geld, ijskasten, tv’s enz. worden openbaar op het feest omgeroepen en vermeld op de lijsten van de families om later te kunnen terugbetalen of te innen. Voor de toerist een kleurrijk, maar onbegrijpelijk ritueel, wat in feite keihard is en waar geen romantiek bij komt kijken. Het uithuwelijken van jongeren (vooral meisjes) komt nog veel voor in centraal en oost Turkije, maar is wettelijk verboden. Huwen met toestemming en/of partnerkeus door de ouders of via netwerkbemiddeling komt in heel Turkije voor, ook in de grote steden.

Huwelijk Demet en Mustafa


De muzikant leest de geschenken voor - die genoteerd worden - op het huwelijk van Demet en Mustafa


Onderdeel uitmaken van een netwerk verplicht tot toewijding aan dit netwerk. Je netwerk help/redt/steunt je tot de dood en jij wordt geacht hetzelfde te doen, dit bij gebrek aan sociaal functionerende overheid tot in de uithoeken van het land. Halfbakken kan niet en hier valt niet over te onderhandelen. De enige marge die je krijgt als buitenlander is dat je soms écht niet snapt waar het om draait. Dat wordt je vergeven maar je wordt wel geacht er de volgende keer meer rekening mee te houden. De uiteindelijke straf die gepaard gaat met het niet-meedoen is dat, als je in de penarie zit, niet iedereen (lees: niemand) je komt helpen/redden. Niet-redden betekent simpelweg terug naar huis, al was het maar voor je geluk. Je hebt dan niet veel meer op je stekje in je Turkse woonplaats te zoeken, tenzij je zeer op jezelf bent en/of uitsluitend met mede-buitenlanders in Turkije wilt omgaan. Of natuurlijk consequent getrouwd blijft met een Turk(se familie).
Uitbanning van het netwerk is dus de ergste straf. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom het zo lastig is voor Turkse vrouwen op het platteland om van het willen-scheiden een feit te maken. Juridisch hebben ze namelijk alle rechten sinds Atatürk. Maar wat daarna? Waar naar toe? Wat zijn de Stigma’s? Is er leven na de scheiding?

Oom Durmus en ik


Om maar aan te geven dat Het échte Turkije niet zo heel eenvoudig te begrijpen is, vooral als je er wat mee wilt, zoals er wonen en werken. En dat, als je voor de ontmoeting met Het échte Turkije kiest, de Turken alle bereidheid zullen tonen om je veel te vertellen, tot een zeker punt. Want hoe leg je je eigen cultuur uit; hoe leg je überhaupt je eigen vanzelfsprekende ik uit in relatie tot je eigen cultuur…. En dat geldt voor alle partijen.

Ik denk dat Het échte Turkije begint op het punt waar je als buitenlander (yabancı) verder wilt met het ontmoeten van de bewoners, de cultuur en het land door er permanent te wonen, nadat je veel boeken hebt gelezen, veel in het land hebt gereisd en veel hebt gesproken met Turken én buitenlanders woonachtig in Turkije. Het komt dan neer op ‘n één-op-één ervaringsproces (jij en het land). De enige voorwaarde is dat je van het land houdt of je er op zijn minst diepgaand mee verbonden voelt: “De Turkse aarde hebt gegeten en het Turkse water hebt gedronken,” zoals mijn Turkse ‘vader’ (manevi babam) zegt. Als dit niet het geval is dan wordt je door geen enkel netwerk opgenomen, want Turken hebben hier een neus voor.

Mijn familie en ik


Dit een-op-een proces is als het ware het halen van je master degree in Ervaringsturkologie. Je vindt jezelf opnieuw uit in het andere land, in dit geval Turkije. Het échte Turkije ben je dus Zelf, in hetzelfde Turkije als waar je ooit aankwam en je bent een van de velen die zich er thuis voelen, waarvan de meesten toch Turken zijn. Over mezelf kan ik zeggen dat naarmate ik langer in Turkije woon ik er steeds meer vanaf kom te weten, tegenwoordig vooral op het vlak van gevoelshouding en communicatie. Ik ben echter steeds minder in staat dit uit te leggen aan de niet-Turken in mijn vaderland.

Paul jarig

19/04/2009

gefeliciteerd!! (hou van je)

Vrouwen Dag

09/03/2009

Gisteren was het Internationale Vrouwendag: 8 maart 2009.
Totaal vergeten. Ik werd er vandaag aan herinnerd door mijn partner… een man. En die heeft vandaag een blog geschreven over Barbie, want die viert vandaag haar 50e verjaardag. Allemaal heugelijke feiten, want Barbie was mijn lievelingspop toen ik klein was (toen ik ‘vijftig jaar’ las moest ik wel even slikken, zeg ik er eerlijk bij).

Dus ik bedacht meteen wat ik gisteren deed op Internationale Vrouwendag, want het moest natuurlijk met terugwerkende kracht wel vrouw-waardig zijn. En gelukkig, een kamer vol samenhorige dames. Hanım en Filiz, mijn Turkse moeder en zus, net, tegelijktijd, geopereerd aan een hernia. Ze konden alweer koken, dus hebben we de maaltijd gedeeld, samen met Cansu, Filiz haar dochter en Lisa MacLean mijn artist-in-residence deze maand. Een prima avond met veel gekanker op mannen en vooral verhalen uit het verleden over de soms zeer slechte positie van de traditionele Turkse vrouw. Geen man in de buurt. En Lisa (beroepsfotograaf) maakte de foto’s.

mijn Turkse familie

mijn Turkse familie


In mijn dorp mogen de vrouwen niet over het plein wandelen van hun mannen, sluier of niet, ze zijn erg jaloers. Maar ze zitten er niet mee, de vrouwen, ze hebben hun eigen domein, waar ze de mannen weer niet kunnen gebruiken: het geldt dus ook andersom, kip of het ei.
In de keuken

In de keuken


Vandaag hebben Lisa en ik thee gedronken in het theehuis op het plein en verschrikkelijk gelachen om verhalen van de theehuiseigenaar en andere mannen.
Ik voel me toch wel wat bevoorrecht…