Maandag: Tandırdag

29/11/2010

Vanochtend, eind november, zat ik samen met P op deze wonderbaarlijk mooie dag in de warme zon te ontbijten op mijn bovenste terras. Zo rond elf uur, lekker laat en lekker ontspannen. Het seizoen is voorbij dus is er vrije tijd!

Aan het ontbijt op het bovenste terras


Vanaf dat terras heb je een 360 graden panoramisch uitzicht over het dorp.
En wat schetst mijn verbazing? Ik zie uit bijna alle schoorstenen rook komen. Met dit weer? Op dit tijdstip? Terwijl deze dag alleen nog maar warmer zal worden? En terwijl de plattelandsturken zo economisch leven?!

Rokende schoorsteen


Ik moest hier even over nadenken. Blijkbaar is er iets bijzonders aan de hand.
En al snel wist ik het. Klokslag elf uur op maandagmorgen wordt in mijn dorp de Tandıroven gestookt. En dat betekent rook.

De Tandır is een steenoven, die zich in de grond bevindt (oude systeem) of opgemetseld op de grond, in een halfopen ruimte voor het huis. En de vrouwen stoken deze een keer per week en met feestdagen vaker vanwege de te verwachten gasten.

In de oven gaan dunne snel brandende takken van de druiven en andere struiken. Dat geeft een heet vuur. Er moet niet te veel in, want dan wordt de Tandır te heet, maar ook niet te weinig, want dan gaart het eten niet.
Het moet precies goed zijn, op een gasfornuis regelt men dit met knoppen…

Het stoken van de Tandıroven duurt de hele dag. Zodra het vuur uitgebrand is en de oven opgewarmd, wordt de as bij elkaar geveegd op een hoopje in het midden en afgedekt met een metalen plaat. Zo blijft het bergje as warmte uitstralen maar geeft geen vlekken op een eventueel gevallen brood.

Deeg wordt geplakt in een vloertandır


Bolletjes deeg worden tegen de binnenwand van de Tandır gedrukt. Daarna maakt men een gat in het midden van het deeg, om later het vastgebakken broodje van de wand af te kunnen trekken met een stok. Men herhaalt dit bakken drie keer en het levert rond de dertig broden op.

Gebakken Tandırbrood


Het brood wordt met een stok uit een hoge tandıroven gehaald

Er wordt meteen van gegeten met boter, pekmez (druivenstroop) en hete thee.


Na deze baksessie wordt de as opgeruimd en is de bodem van de Tandır weer vlak, zodat voedselpotten stabiel kunnen blijven staan.
De eerder gebruikte en zwartgebakerde potten worden gevuld met soep, verse groenten en vlees. Het gaat om terracotta-gebakken potten die met de hand gemaakt worden in het pottenbakkersdorp Avanos langs de rivier de Kızılırmak (Rode rivier).

De gevulde Tandır wordt afgedekt met een dikke steen en de potten blijven erin staan tot de maaltijd gegeten wordt. Meestal zo rond vijf uur ’s middags, als de kinderen uit school zijn en de werkers van het land.

Vuur in een hoge Tandır


Zwartgebakerde potten onderin de Tandır


Het Tandıreten wordt overgegoten in een grote schaal waar men zittend op de grond gezamelijk uit eet. Bij een feestelijke gelegenheid eet men van individuele borden.
Samen met het brood eet men ook turşu, een gepikkelde variëteit van stevige groentes, die wij voornamelijk kennen als augurken.

Tandıreten wordt in grote schalen overgegoten


Grote kans dat er een schoteltje of brood vandaag naar ons toekomt. Een Turk deelt altijd en men eet nooit alleen!
Kennen we in de ‘westerse wereld’ dit soort eten tegenwoordig niet als slow-food? Op het Turkse platteland hebben ze fast-food nooit leren kennen.
Gelukkig maar! Ik hoop dat de schoorsteentjes nog lang mogen roken op maandagmorgen: weer of geen weer.

Advertenties

Turks is een plaktaal.
Nederlands is dat ook een beetje, maar het Turks is dat in extreme mate. Het Engels is dat bijvoorbeeld helemaal niet, daar staan alle woorden los van elkaar geschreven en heet kniptaal.

Wat wij in het Nederlands in losse woorden zeggen, wordt in het Turks tot één zin gemaakt. Ook is de klinkerharmonie van toepassing. De klank van het woord waarmee de zin start kantelt die hele zin naar die klank toe. Tenzij er een leenwoord in zit. Deze is dan dominant op die plek en kantelt vervolgens de zin naar een andere klank. Er zijn vier klanken: twee open twee dicht.

Hieronder staan een paar beroemde voorbeelden van een Turkse zin als één woord:

“Avustralyalılaştıramadıklarımızdanmışsınızcasına.”
(jij spreekt) “U bent vermoedelijk iemand bij wie we het niet voor elkaar kregen u op de Australiërs te doen gelijken…”

Variant hierop voor de Nederlandse inburgeringscursusambtenaar (dit woord is een mooi voorbeeld van geplakt Nederlands) om uit het hoofd te leren: “Hollandalılaştıramadıklarımızdanmısınız…”
(jij spreekt) “Behoort u tot diegenen die we niet Nederlands hebben weten te maken?”

“Muvaffakiyetsizleştiricileştiriveremeyebileceklerimizdenmişsinizcesin.”
(jij spreekt) “U zou een van diegenen kunnen zijn die niet makkelijk om te turnen valt tot een onsuccesvolle-personagemaker” (= iemand die iemand anders onsuccesvol maakt)

Indrukwekkend wel.

Officiële Turkse taalgebieden

Subtitel: Hoe Keesje de kat veranderde van een ‘nasty slut’ in ‘John’ en hoe dat alles uiteindelijk toch nog goed afliep!

Gisteren schreef ik het stukje ‘We waren hem al twee dagen kwijt…’ over Keesje de kat die zoek was en gered werd door een Turks-Nederlands reddingsteam.
Nadat ik het had gepubliceerd heb ik het ook op facebook aangekondigd waar onder andere Engelstaligen me volgen. Een facebooker, fotografe uit Canada, die in mijn AIR (art-residency) heeft gewerkt en affiniteit met Keesje had, heeft de tekst door de Google-vertaalfunctie gehaald. Ze kon toen het stukje begrijpen en inhoudelijk reageren op Keesjes avontuur.
Ik dacht: ‘Interessant’, en heb hetzelfde gedaan, om te lezen wat de facebookster gelezen moet hebben. Daar ik meer talen spreek kon ik de vertaling meteen op waarachtigheid doornemen…

Wat ik toen te lezen kreeg was… niet anders dan… hilarisch!

En een prachtige associatieve vertaling waarin vuile sletten uiteraard stiekem in hotels ronddolen. Waar lange armen gaten ingaan en Keesjes soms John zijn als het ze zo uitkomt.
Google houdt een slag om de arm en biedt aan: “Contribute a better translation”.
Hoeft niet van mij, het is een perfecte functie!! En een gegarandeerde opkikker bij neerslachtige momenten.

Ik pluk er wat stukjes uit:

NL: “Paul is naar het plein gegaan en heeft Sabit usta (Tu: meester) gehaald die de sleutels heeft.”
EN: Paul went to the plaza and removed Sabit usta to keys.

NL: “Heel het hotel doorzocht: géén Keesje.”
EN: The whole hotel searched: no nasty slut.

NL: “Meteen een dikke lange zware tak gepakt en voor het gat gehouden, maar dat hielden we niet lang uit.”
EN: Immediately a thick long heavy arm caught and held the gap, but we did not last long.

NL: “Maar nee, geen Kees, en natuurlijk niet slapen, want we dachten de hele tijd aan dat arme beessie in dat donkere holletje…”
EN: But no, not John, and of course not sleep because we thought the whole time that poor beessie in that dark hole …

NL: “Hij was er erg mee bezig en liep de hele tijd onderaan de duiventil te miauwen naar Kees. Die terugmauwde.”
EN: He was very busy all the time and walked down the pigeon meowing to go. That terugmauwde.

NL: “En Kees is weer thuis.”
EN: And John is back home.

NL: “En voor ons is er het denkvoer over hoe hij erin gekomen is…”
EN: And we think there is food on how he came…

We waren hem al twee dagen kwijt…
En daar Keesje de kat er eigenlijk altijd is, om te eten en lekker op de bank te liggen, begonnen we ons gisterenavond aardig zorgen te maken.

Dus rond 9 uur een stukje naar het benedendorp gelopen en geroepen en geluisterd naar antwoord. En ja hoor, ter hoogte van het lege hotel van Sema in een wijkje waar geen mensen meer wonen klonk er poezegehuil. Vanuit haar onderste kamer leek het.
Paul is naar het plein gegaan en heeft Sabit usta (Tu: meester) gehaald die de sleutels heeft. Heel het hotel doorzocht: géén Keesje. In de onderste kamer vanaf het balkon hard geroepen… En daar hoorden we het gehuil weer.
Wat bleek, hij zat ergens aan de overkant van de vallei vast.
Wij ernaar toe en ons langzaam de vallei in laten zakken langs een steile helling, met zaklantaarns. En uiteindelijk vonden we hem in een gat 6 meter boven de grond: een duiventil in de valleiwand. En gelukkig scheen de volle maan, dus konden we hem goed zien zitten.


Een nachtelijk avontuur


Meteen een dikke lange zware tak gepakt en voor het gat gehouden, maar dat hielden we niet lang uit. En het was volkomen uitgesloten dat ie daar op korte termijn op zou stappen, we zagen alleen maar een mauwend en nerveus poezesnoetje daarboven. Maar goed, we wisten waar ie was, dus dat was al iets…
Teruggegaan naar huis om nog wat lange planken te halen en ‘lok’brokjes. En weer de vallei in om de planken aan elkaar te binden en op te tillen naar het gat, om Keesje een makkelijkere afstap te geven…

Inmiddels was het al 12 uur ’s nachts, dus de planken laten staan, brokjes eronder gezet en maar hopen dat we ergens gedurende de nacht het kattenluikje zouden horen klepperen, wat ‘Keesje Thuis’ zou betekenen. Maar nee, geen Kees, en natuurlijk niet slapen, want we dachten de hele tijd aan dat arme beessie in dat donkere holletje…

De volgende ochtend heb ik naar Mehmet Ali gebeld, die én van klimmen houdt én altijd erg goede ideeën heeft. Die kwam met een ladder en nog een plank en zijn zoon Ibrahim.


Het reddingsteam!

Het reddingsteam


Enfin, je snapt het: NIET Keesje naar beneden, maar Mehmet Ali naar boven. Eerst via een makkelijk weg linksom naar een grot. Maar die grotten bleken zich onderling niet te verbinden met de duiventil waar Kees zat. Dus toen via de moeilijke weg: rechtstreeks naar Kees, wiens grot zich helaas in een wat overhangende rots bevond.

Keesje bijna gered

Hebbes!



Nou de plaatjes laten het al zien, we hebben hem gered, hij KRIJJJJSTE op die plank, maar Paul pakte ‘m aan van Mehmet Ali en slingerde hem zo naar beneden waar Wolkje hem opwachtte die werkelijk oprecht blij was om hem te zien.

Keesje en Wolkje weer samen


Wolkje had overigens alle wandelingen van ons de avond ervoor, en van Paul met Mehmet Ali plus zoon geëscorteerd. Hij was er erg mee bezig en liep de hele tijd onderaan de duiventil te miauwen naar Kees. Die terugmauwde. Dat was erg aandoenlijk!

Nou, kijk maar naar de plaatjes. Het was een heel avontuur!! En Kees is weer thuis: alive and kicking. Alhoewel hij nog niet kan eten van de stress. Om eten begint ie nu pas te zeuren, tijdens het schrijven van dit blogje. Ik ga hem maar wat geven.
En voor ons is er het denkvoer over hoe hij erin gekomen is…