Fréderike Geerdink schreef een blog over een interessante discussie deze week die zij met een paar Nederlanders voerde in Istanbul. Ze vroegen zich af waar zíj eigenlijk politiek zouden staan als ze Turk waren en in Turkije waren opgegroeid…
Kernvraag van dit blog is: Hoe kun je nou écht weten waar je zou staan?

Goed dat je hierover schrijft Fréderike.
Het is onontkoombaar dat je reflecties op reflecties krijgt naarmate je hier langer woont. Het zijn de kleine treetjes op de trap die leiden naar een onbekend eindpunt. Wellicht de pre-babylonische periode :)

Het is een vanzelfsprekend onderzoek zonder specifiek doel. Het is iets wat iemand (van een andere cultuur) overkomt, die hier in Turkije gewoon woont.
Van niemand hoef je te integreren of in te burgeren tenslotte. Niemand vertelt je dat je onaangepast bent of moet vertrekken omdat je anders bent/denkt. Het is een natuurlijk proces waar je in terecht komt door hier te wonen, gecombineerd met een open instelling. En nu heb ik het ook over mezelf.
Toch loopt je ook op eieren omdat je je op onbekend gebied bevindt. Wat is écht waar? En je realiseert je de totaal verschillende waarnemingen van de werkelijkheid, zoals jij zegt: door opvoeding en milieu.

Interessant is ook om het om te draaien. Wat heeft dit inbedden in een andere cultuur met de Turken gedaan die naar Nederland zijn gekomen? En later hun veelal analfabete vrouwen. Waar hadden die mannen het over in hun theehuizen in de Schilderswijk. En wat deden die vrouwen dan? Geen computer met internet waardoor ze contact met thuis konden houden. En al helemaal niemand aan wie ze (onderaan een blogje) konden vragen: “Wat ervaar jij nou?” Zelfs de Nederlanders stonden niet open voor deze vraag. Die hadden al helemaal geen idee over de noden van die op twee-hoogachter verblijvende gastarbeidersvrouwen. Vaak wisten ze niet eens dat ze er waren…

Terug naar hier.
Wij treden naar buiten. En weten signalen op te pikken, we zijn daar gezond in geïnteresseerd en weten ze te interpreteren. Jij ‘urban’ in Istanbul en ik ‘rural’ in Cappadocië.
Het twee-gezichten verhaal ken ik maar al te goed. Als iemand hier aan mij vraagt: “Wanneer wordt je moslim, want dan hoor je er pas helemaal bij!” beantwoord ik dit steevast met: “Wat zou mijn moeder/vader/broer daarvan vinden?” en vervolgens: “Een goed hart is belangrijker.”
Zo voorkom ik die discussie. In zou Nederland zou ik het trouwens als een politieke discussie ervaren. Maar: zou me dit in Nederland overkomen?

Over politiek gesproken. De politiek in Turkije is onduidelijk. Ik ben er van overtuigd dat de heldere politiek ondergronds plaatsvindt. En niet in het publieke gebied. Er zijn heel veel mensen in Turkije die vrije meningsuiting aanhangen, maar deze mening niet kunnen ventileren. Maar als je eenmaal deel uitmaakt van dit gedachtegoed, en je ‘hart is goed’ dan denk je maatschappelijk-gerichte politiek en wil je je mening uitwisselen. In dit geval een patstelling.

Gepolariseerde politiek bestaat niet.
Politiek omvat AL het menselijk denken en handelen.

Wat wel bestaat zijn gepolariseerde instituten (dat kan een regering zijn). De Turkse staat hinkt op drie … wat zeg ik, op wel vijf gedachtebenen. De stevigste is het strafbaar-zijn van het aantasten van de nationalistische gedachte. Dit voedt de trots en onwrikbaarheid in de volksaard. Men accepteert daarmee dat er zaken zijn waar niet over gediscussieerd kan én dient te worden. Althans niet publiek.

Voor poldermensen is dit een lastig te vatten materie. Wij zijn de enorme discussieruis gewend van 17 miljoen mensen op 40.000 km2 (even groot als Cappadocië). En ergeren ons hooguit als de ruis wat te veel wordt.
En nemen er een in de Amsterdamse kroeg terwijl we ons hart eens even luchten.

Groet.
(In antwoord op Frédericke’s Blog: ‘Waar zou ík staan?’)

Advertenties