Fréderike Geerdink schreef een blog over een interessante discussie deze week die zij met een paar Nederlanders voerde in Istanbul. Ze vroegen zich af waar zíj eigenlijk politiek zouden staan als ze Turk waren en in Turkije waren opgegroeid…
Kernvraag van dit blog is: Hoe kun je nou écht weten waar je zou staan?

Goed dat je hierover schrijft Fréderike.
Het is onontkoombaar dat je reflecties op reflecties krijgt naarmate je hier langer woont. Het zijn de kleine treetjes op de trap die leiden naar een onbekend eindpunt. Wellicht de pre-babylonische periode :)

Het is een vanzelfsprekend onderzoek zonder specifiek doel. Het is iets wat iemand (van een andere cultuur) overkomt, die hier in Turkije gewoon woont.
Van niemand hoef je te integreren of in te burgeren tenslotte. Niemand vertelt je dat je onaangepast bent of moet vertrekken omdat je anders bent/denkt. Het is een natuurlijk proces waar je in terecht komt door hier te wonen, gecombineerd met een open instelling. En nu heb ik het ook over mezelf.
Toch loopt je ook op eieren omdat je je op onbekend gebied bevindt. Wat is écht waar? En je realiseert je de totaal verschillende waarnemingen van de werkelijkheid, zoals jij zegt: door opvoeding en milieu.

Interessant is ook om het om te draaien. Wat heeft dit inbedden in een andere cultuur met de Turken gedaan die naar Nederland zijn gekomen? En later hun veelal analfabete vrouwen. Waar hadden die mannen het over in hun theehuizen in de Schilderswijk. En wat deden die vrouwen dan? Geen computer met internet waardoor ze contact met thuis konden houden. En al helemaal niemand aan wie ze (onderaan een blogje) konden vragen: “Wat ervaar jij nou?” Zelfs de Nederlanders stonden niet open voor deze vraag. Die hadden al helemaal geen idee over de noden van die op twee-hoogachter verblijvende gastarbeidersvrouwen. Vaak wisten ze niet eens dat ze er waren…

Terug naar hier.
Wij treden naar buiten. En weten signalen op te pikken, we zijn daar gezond in geïnteresseerd en weten ze te interpreteren. Jij ‘urban’ in Istanbul en ik ‘rural’ in Cappadocië.
Het twee-gezichten verhaal ken ik maar al te goed. Als iemand hier aan mij vraagt: “Wanneer wordt je moslim, want dan hoor je er pas helemaal bij!” beantwoord ik dit steevast met: “Wat zou mijn moeder/vader/broer daarvan vinden?” en vervolgens: “Een goed hart is belangrijker.”
Zo voorkom ik die discussie. In zou Nederland zou ik het trouwens als een politieke discussie ervaren. Maar: zou me dit in Nederland overkomen?

Over politiek gesproken. De politiek in Turkije is onduidelijk. Ik ben er van overtuigd dat de heldere politiek ondergronds plaatsvindt. En niet in het publieke gebied. Er zijn heel veel mensen in Turkije die vrije meningsuiting aanhangen, maar deze mening niet kunnen ventileren. Maar als je eenmaal deel uitmaakt van dit gedachtegoed, en je ‘hart is goed’ dan denk je maatschappelijk-gerichte politiek en wil je je mening uitwisselen. In dit geval een patstelling.

Gepolariseerde politiek bestaat niet.
Politiek omvat AL het menselijk denken en handelen.

Wat wel bestaat zijn gepolariseerde instituten (dat kan een regering zijn). De Turkse staat hinkt op drie … wat zeg ik, op wel vijf gedachtebenen. De stevigste is het strafbaar-zijn van het aantasten van de nationalistische gedachte. Dit voedt de trots en onwrikbaarheid in de volksaard. Men accepteert daarmee dat er zaken zijn waar niet over gediscussieerd kan én dient te worden. Althans niet publiek.

Voor poldermensen is dit een lastig te vatten materie. Wij zijn de enorme discussieruis gewend van 17 miljoen mensen op 40.000 km2 (even groot als Cappadocië). En ergeren ons hooguit als de ruis wat te veel wordt.
En nemen er een in de Amsterdamse kroeg terwijl we ons hart eens even luchten.

Groet.
(In antwoord op Frédericke’s Blog: ‘Waar zou ík staan?’)

De hieronder beschreven huizen zijn van enkele mensen in mijn dorp die ik persoonlijk ken.
Trouwen is in het Turks ‘evlenmek’ (met huis geraken) en huizen zijn van wezensbelang voor de gezinnen. Het zijn grote grotwoningen met opslagruimtes en ze houden er hun dieren: koeien, ezels, schapen, kippen. Zowel de huizen en de mensen zijn nog traditioneel. De vrouwen zijn gesluierd en de mannen trouwe theehuisbezoekers.

Het huis van tante Hasibe.
Dit huis is nog een huis oude stijl. En met oud bedoel ik, zoals het door de eeuwen heen was: zeer basaal en vooral pragmatisch. Cradle2cradle noemen we dat nu…
In de ruimte achter de voordeur is een klein kraantje voor al het watergebruik. En de wc is buiten naast de tandiroven. Boven heeft ze een gestoffeerde kamer waar alles gebeurt: verwarmen, slapen, wassen, tv-kijken (is al jaren stuk), zitten en eten. Ook is er een keuken met een opslag, een 4-pitter op de grond en een grote ijskast, tevens de enige elektrıciteitsverbruiker in het huis. Hasibe’s maandelijkse elektrarekening is 3 € want ze gaat met de kippen op stok.
Hasibe is 75 en haar man Durmuş ook. Hasibe is de baas in huis en dat laat ze haar man goed weten. Maar Durmuş is dementerende en vraagt herhaaldelijk aan haar wat hij moet doen. Ze vertelt het hem elke keer met harde stem. De buren moeten er om lachen.
Ze hebben vier zonen met geld, want die hebben allemaal handeltjes, dus Hasibe en Durmuş zitten nooit om geld verlegen. Niet dat het wat uitmaakt, want ze kunnen niet tellen.
De tuinen buiten het dorp zijn hun waardevolle bezit. De oogst wordt door Durmuş lopend binnengebracht en is hun dagelijkse voedsel. Hun ezel is vorig jaar dood gegaan en ze kopen geen nieuwe meer.

Hasibe's keuken

Het huis van Mediha.
Een droef huis tegenover het huis van Hasibe en het ligt ook aan onze straat.
Mediha is naar Ibrahimpaşa gebracht vanuit Taşkinpaşa, toen ze trouwde met Mustafa uit ons dorp. Haar man is lui en zijn moeder niet al te sympathiek. Ze zien haar als de werkster en Mediha is niet gelukkig, daar is ze zelf ook vrij uitgesproken over. Ze komt uit een warm en open gezin wat ze mist.
Ze heeft twee dochters. En gelukkig heeft ze besloten dat haar dochters gaan studeren; een is al op weg. Maar ze hebben nauwelijks geld, dus Mediha punnikt sokjes die ik voor teveel geld verkoop aan mijn buitenlandse gasten. Op die manier betaalt ze ook de telefoonrekening en melk voor haar jongste dochter, die nog thuis woont. Soms leen ik haar geld. Dit voorjaar nog om de hoefjes van haar ezel te laten kappen. Ze gaat met dit dier dagelijks naar de landerijen en scharrelt zo hun vooraadje bij elkaar. En haar man paft het schaarse geld op en zit dagenlang in het theehuis…

Mediha (2e v. l.) en familie uit Taşkinpaşa

Het huis van Mehmet Ali.
Dit gaat niet over zijn woonhuis, hoewel ik dat wel ken.
Dit gaat over zijn gehuurde winkel: ook een prachtig huis. Dit ligt in de hoofdstraat van ons dorp.
Het is eigenlijk een ruïne, althans bijna. Geen ruit is heel, maar er is elektriciteit en zijn restauratiewerkplaats heeft een kachel.
Hij verkoopt de raarste spullen. Veelal ouwe troep die hij tijdens zijn tochten langs de boeren in de provincie verzamelt. En soms zit er iets ‘heel aparts’ tussen.
Maar laatst kwam ik erachter dat er ook spullen tussen zitten die hij niet verkoopt. Dit kan zijn vanwege de uniciteit. Zoals een paar Ottomaanse handgemaakte kaarten. Ook heeft hij voddige restjes van antieke tapijten die als excellente voorbeelden kunnen dienen voor de geïnnoveerde tapijtindustrie in Turkije. De kast waar ze in liggen is weer wel te koop.
Klanten zijn veelal de langswandelende zomertoeristen. En onze kunstenaars.
Deze laatsten maken grif gebruik van zijn plek, om er rond te scharrelen en spullen te vinden voor hun kunstwerken. Dit jaar heeft Mehmet Ali samengewerkt met Monika Kimrey, een Amerikaanse die net als hij, alles wat ze verzamelde aan elkaar knoopte, plakte en timmerde. Dit heeft geresulteerd in een serie unieke lijstjes voor haar kleine pentekeningen.
>>>Zie: Monika Kimrey’s residency project<<<

Mehmet Ali works on Monika Kimrey's art pieces

Het huis van Şerife.
Dit is een gelukkig huis. Alhoewel Şerife aan Ali uitgehuwelijkt is toen ze pas 16 was, zijn ze nog steeds verliefd. Ze hebben een leuke dochter Merve van 15 en een zoontje Sefa van 1 ½. Ze zijn tijdelijk onze dichtstbij wonende buren. Ze bouwen een nieuw huis hogerop in het dorp waar ze, voor de winter écht toeslaat, naartoe verhuizen.
Şerife mag nieuwsgierig zijn van haar man. Dat betekent dat ze regelmatig bij ons voor de deur staat om te informeren naar van alles en nog wat. En zeker als onze kunstenaarsgasten het leuk vinden, kijkt ze graag naar hun werk. Soms werkt ze mee.
Şerife lacht veel. En ook haar kinderen. Deze zomer stonden Ali en Şerife samen omhelsd op hun hoogste dak met een paarsrode zonsondergang achter ze. Ze wisten dat ons uitzicht op hen beiden in die kleurschakering subliem moest zijn.

Şerife's huis door het gat in onze poort.

Het huis van Kuş Mehmet.
Weer geen huis maar zijn Winkel-van-Sinkel van 3 m2 op het dorpsplein. Voor mannen is het woonhuis nou eenmaal minder belangrijk dan voor hun vrouwen. De werkplek is waar de man 24-uur per dag minus de uren slaap vertoeft.
Kuş Mehmet betekent Vogeltjes Mehmet, genoemd naar zijn vader.
Zijn winkel heet dus Vogetjes Winkel (Kuş Bakkal). Soms noemen de dorpelingen hem Vogel. Kuş.
Vogel verkoopt alles vanaf de kleine schapjes in zijn winkel. En ‘alles’ betekent wat de dorpelingen dagelijks nodig hebben. Dat is geen ruime keus, want ze halen immers alles van de tuinen en maken dat in, of ruilen dat met andere producten.
Wat gekocht wordt zijn vooral: sigaretten, brood en producten als thee, suiker, zeep en olie. Frisdranken is al moeilijker. Maar yoghurt en vlees heeft hij nooit en ook geen groente.
Sinds er veel restauraties in ons dorp gaande zijn heeft hij ook een toaster om lunches voor de arbeiders te kunnen maken. Een zwaar hitteapparaat waar hij een heel doorgesneden brood tussen plet en roostert, gevuld met tomatensaus, kaas en worst. Lisa MacLean noemde hem de ‘toastmaster’.
Tot een half jaar geleden was hij het enige ‘restaurant’ in het dorp.

Kuş Mehmet's winkel (foto Lisa MacLean)

Wordt vervolgd…

Sommige zaken behoeven geen woorden.
Alhoewel de catalogus -’Memento Mori’- van Lisa MacLean, kunstenaar en fotograaf uit Canada, in het Engels is geschreven, is het een mooi toegankelijk verslag van een afgeronde kunstenaars residentie in maart 2009 in het Babayan CultuurHuis, Turkije.

Enjoy!!

DSC00189
Newroz Burning – installatie

DSC00482
‘Memento Mori’ – installatie

Binnenkort…

22/07/2009

Beste mensen, in mijn statistiek zie ik dat er trouwe lezers zijn. Leuk trouwens. Momenteel is het erg druk met het komen en gaan van de residency kunstenaars en vooral het opstarten van projecten.
Stukjes zitten wel in de pen…

En bij deze de mededeling dat ons EKOKAP-project voor een ecologisch afvalwater systeem afgeblazen is door UNDP (United Nations Development Programme), omdat we de deadline niet hebben gehaald met het startschot voor de bouw. De papieren liggen nog bij de Turkse ‘Commissie voor Landschap & Cultuur’ in Nevsehir.
Meer hierover:  http://willemijnbouman.wordpress.com/2009/05/18/vergeet-de-muhtar-niet-mee-te-nemen/

Het was een warme dag. En net als op alle andere dagen was Mediha ook vandaag met haar ezel naar de velden geweest. Na het werk werd de ezel naast ons huis geparkeerd om wat te grazen en uit te rusten. Omdat ik het een leuk dier vind, doe ik altijd de poortdeur open om hem te groeten en een glaasje water (meestal twee emmers) aan te bieden. Na het drinken probeerde de ezel de binnenplaats op te komen want ‘achter de bergen is het gras nou eenmaal groener’. Maar met een klap op zijn kont heb ik hem eruit gewerkt. Poortdeur snel dicht, want de smakelijke bloemen staan vol in bloei.

Even later kijk ik weer naar hem vanaf het terras en zie hem liggen. Zo op het pad, plat op zijn zij.
Zijn huid trilt om de vliegen weg te schrikken en hij ademt, dus ik besluit mijn camera te halen. Want het is een gek gezicht.
“Natuurlijk is ie net opgestaan als ik met de camera terugkom,” dacht ik nog. Maar nee, hij lag er nog. Toch vreemd, dus na een paar foto’s ben ik aan hem gaan trekken en duwen. Hij kwam even omhoog, maar viel weer om. Ik kreeg hem niet overeind.

Even later kwam Mediha naar beneden rennen. Ze trok hem met haar sterke lijf zo weer op de poten en bond hem wat lager, op een schaduwplek, weer vast. “Korktum,” (ik was bang) zei ze. Ze had de ezel vanaf haar balkon zien liggen op het pad. En het was inderdaad een ongewone houding. Van Mediha heb ik geen foto’s genomen. Dat is ‘günah’ (zondig).
Morgen gaan ze weer werken op de velden.

lig1_kl
lig6_kl
lig5
lig3_kl
ligkop_kl

Ooit schreef ik op een kunstenaarsforum.
Met andere kunstenaars uiteraard, maar ook met kunstliefhebbers. Soms ging het concreet over kunst of technische oplossingen, maar vaker was het een tijdsverdrijf waar de schrijfsels soms rare wendingen namen.
Met een Nederlandse kunstenaar in de USA Arjen van den Eerenbeemt (Aryen Hart) schreef ik over zijn eenzaamheid in den verre. Waar hij overigens goed boerde, maar soms verlangde hij naar Nederland en het ‘Nederlandse’, en zag geen manier om te remigreren. Dus luchte hij zijn heimwee via dat forum.
Het onderstaande schrijven was mijn manier om hem mijn beeld (..) te geven van het fenomeen eenzaamheid.
Omdat het een forum was volgden de schrijfsels elkaar op en het werd uiteindelijk opgeheven. Stukje zoek.

Véle jaren later googelde ik eens mijn naam. En kwam langs die weg het stukje opnieuw tegen als een slot poëzietje, een leuke metafoor in een intern ministerieel onderzoek over grensoverschrijdende openbaar-vervoersverbindingen. Via een aantal websites (copy-paste) was het blijkbaar uiteindelijk daar terecht gekomen en diende zo z’n doel.

'Eclipse et Osmose Vegetale' Salvador Dalí

'Eclipse et Osmose Vegetale' Salvador Dalí


Over een brokje op de grens…
En terwijl het brokje op de grens zat had hij het machtige uitzicht over twee gebieden. Hij keek naar de ene kant en hij keek naar de andere kant en beide kanten deden zijn osmotisch membraan op een andere manier trillen. En die trilling, die behoorde bij het beschouwen van het gebied aan de ene kant van de grens, deed hem telkens bijna overhellen naar die kant, zodat ie op een haar na van de grens afviel, zó plof dat gebied in. En bij het kijken naar de andere kant trilde het membraan anders en dáárdoor wist het brokje dat de gebieden anders van aard waren en dat ie ooit zou moeten kiezen tussen een van de twee…
Want daar op die grens, dat was geen leven. Want een grens is niets, het is slechts de positie van waaruit hij de gebieden kon overzien en het gevoel van leven, door verlangen, in stand kon houden. En dat ‘leven’, wat zo geleefd werd door het brokje, duurde voort en voort en het trilde en het keek en keek en verlangde… Een ding wist het brokje zeker, en dit kwam direct voort uit zijn sterk ontwikkeld grensbewustzijn: áls hij zou kiezen en zich van de grens zou laten afdonderen in een van die twee begrensde gebieden, dan zou dat definitief zijn, voor altijd en voor eeuwig… (o jee).
Dat uitzicht verontruste hem zo, dat hij verstijfde bij die gedachte. Daardoor werd het voor hem fysiek onmogelijk om verder over te hellen dan hij tot dan toe (en dat was een lange tijd, zo niet een eeuwigheid) had gedaan. En zo viel hij nooit ende never en had eeuwig het dubbele in zijn beeld en ziel en was een ‘brokje op een grens’ en was/is daardoor de manifestatie van iets
een-dimensionaals en daardoor was zijn verlangen ook niet echt, want alles is zoals het is, dus zat ie daar goed en dat was zijn lotsbestemming en duurde voort en voort (..)

Met projectleider Emine van het NIHAnkara (Nederlands Instituut voor Hoger Onderwijs in Ankara) proberen we EKOKAP, een ecologisch onderzoeks-, studie- en constructieproject met een Coca-Cola & UNDP fonds genaamd Hayata+ (Life+), op de rails te krijgen.

EKOKAP betreft een afvalwaterzuiveringssysteem in de vallei direct naast ons dorp. Ibrahimpaşa heeft nog een open riool en vooral als het hoogzomer is en heet, wil de open zwarte plomp onder ons raam nog wel eens flink stinken… Er worden twee geschakelde ondiepe waterbassins gebouwd met buizen en een pompinstallatie erin, draaiend op zonne-energie. Afvalwater komt er schoon genoeg weer uit om de tuinen mee te bevloeien, zodat een valleivernietigend rioolbuizennet overbodig wordt.
En dat is het doel van dit testproject: elk dorp krijgt zijn eigen afvalwateroplossing op maat gemaakt.

Afvalwater in de vallei van Ibrahimpaşa

Afvalwater in de vallei van Ibrahimpaşa


De gehele projectontwikkeling wordt gevolgd door de studenten Ecologie van de hogere beroepsopleiding Cappadocië (KMYO) in Mustafapaşa. Het harde klimaat moet eerst een jaar over de constructie heengaan om te kijken of de micro-organismen in het rietland overleven en het zuiveringswerk blijven doen.
Het hele concept is nieuw in Turkije en wordt uitgevoerd door Yabataş Mühendislik een Turks ingenieursbedrijf met ecologische specialisatie. We zijn, met gemeenschappelijke krachten, al twee jaar bezig om het project van de grond te krijgen in organisatorische zin. Lezingen, presentaties en kunstprojecten hebben EKOKAP (Ecologisch Kapadokya) breed aangekondigd in de regio.
Mijn EKOKAP presentatie aan breed Cappadocisch publiek

Mijn EKOKAP presentatie aan breed Cappadocisch publiek


Ondertussen heeft onze burgemeester (Muhtar) gewisseld met de vorige, tijdens de recente verkiezingen in het voorjaar 2009. De laatste inspanningen om het ecologische rietland te realiseren worden nu gedaan met de nieuwe Muhtar van Ibrahimpaşa. Deze is nog niet ingevoerd in zijn nieuwe baan, laat staan in zo’n specialisaties internationaal doorontwikkeld project als EKOKAP.
Talloze telefoontjes zijn al over en weer gegaan om te informeren en de laatste ondertekende documenten in handen te krijgen van: de Muhtar-zelf, de provinciegouverneur (Vali), de regiogouverneur (Kaymakam) en de regiocommissie voor behoud van landschap en cultuur (Koruma Kurulu). De laatste groep geeft het definitieve fiat middels een aanstaande vergadering, bovenop de enorme stapel uitgeprinte en handgeschreven ondergetekende documenten.

Ondertussen wacht er een ongeduldig fonds van 50.000 $…

Voor de een sessie ‘presenteren & ondertekenen’, heb ik onze Muhtar laatst rondgereden in mijn blauwe Berlingo met NL-nummerbord, op zoek naar de juiste procedures en handtekenaars. De Muhtar is een boerse en traditionele man die gewend is aan z’n landerijtjes; en ook dat zijn gesluierde vrouw hem zonder vragen overal volgt. Ik zie zijn driftige handgebaartjes nog voor me waarmee hij mij in het gareel probeerde te houden.
Maar bij elke instantie heb ik in de loop van de projectontwikkeling mensen leren kennen, zodat de systematisch aan mij uitgereikte handen mij achter de Muhtar vandaan plukten en op de voorgrond zetten. Aan het eind van de dag mocht ik dan ook wat meer naast de Muhtar lopen…

Mijn onzichtbare steun, Emine van het NIHA, begeleidde me via de mobiele telefoon door de wirwar van procedures. Want alles wat je uitstippelt is anders als je het ook daadwerkelijk uitvoert… Toen we de dag begonnen, waren haar concluderende woorden aan de telefoon: “Dit is de te bewandelen weg vandaag, maar vergeet vooral de Muhtar niet mee te nemen, anders bereik je niets”.
De Muhtar heb ik dus de hele dag gevolgd, waarbij de te volgen procedure veranderde waar je bijstond. Mijn dieselauto bracht ons als een ganzebordpionnetje naar de diverse overheidsgebouwen in de provincie Nevşehir.
En nu is het wachten op de uitkomst van de aanstaande vergadering van de Koruma Kurulu en de start van de bouw.

Wordt vervolgd…

Ibrahimpaşa Muhtar voor het Nevşehir provinciegebouw (İl Özel İdaresi)

Ibrahimpaşa Muhtar voor het Nevşehir provinciegebouw (İl Özel İdaresi)

Mediha en haar man en schoonmoeder, van hogerop in het straatje, hebben een ezeltje.
Een échte werkezel.
Het kleine en sterke dier zwoegt in de zomer met de familie en staat in de winter stil. Hij tilt zware lasten van en naar de diverse velden. Mest, water en plantjes gaan erheen op de ezelrug met Mediha erbovenop. De oogst komt wat later in het jaar wekelijks terug: tomaten, uien, druiven, grote pompoenen en helemaal aan het eind: hout.
In de winter heeft de ezel niets te doen en staat maanden achtereen alleen in een donkere grot te wachten op… wat?… tja…

Ondertussen groeien de hoefjes door, want het dier wordt niet ‘uitgelaten’, ze slijten dus niet. Zo bang als men zelf is om ziek te worden en daarom drie koude sneeuwmaanden binnenblijft bij de hete kachel, zo behandelt men ook het vee.
Ik weet beter: een beetje frisse lucht kan geen kwaad en zeker de spieren, die gewend zijn om te werken, moeten dagelijks in beweging worden gebracht… Maar nee, een passieve winterperiode is het lot van mens en dier hier in de regio. Waarschijnlijk gaat het al eeuwen zo.

Als de ezel in het voorjaar stram tevoorschijn komt uit zijn ‘oubliëtte’ (denkend aan het prozadebuut van Simon Vestdijk, is dat mijn gevoel over het ezelbestaan), staat ie op ver doorgegroeide sloffen en doorgezakte enkels te wennen aan het licht en zijn relatieve vrijheid.

Twee keer in het voorjaar komt de hoefsmid uit een ander dorp met een kar vol uitrusting om al die doorgegroeide ezelhoefjes te kappen en met ijzertjes te beslaan. Vroeger was dat eens per week omdat iedereen een ezel had, nu veel minder omdat de meesten tractors en auto’s hebben. Alleen de allerarmsten hebben nog een ezel.
En daarin heb je de onderlaag die zelfs het kappen niet zonder moeite kunnen betalen en de hoefsmid soms verstek moeten laten gaan… Ondertussen werkt het ezeltje door.

Laatst was Mediha haar ezel hoog aan het opladen en ik zag de doorgegroeide hoeven. Dat ging me te ver en ik ben op haar afgestapt. Ze zei, dat ze er zelf niet op zou gaan zitten. Wat moet ze anders… het was duidelijk een patstelling. Ik heb haar wat geld gegeven en gelukkig was de ezel een week later beslagen.

Nu stalt ze haar ezel blij naast ons huis: “Leuk voor je gasten om naar te kijken” was haar opmerking, en gelijk heeft ze. Ezels zijn lieve dieren, zeker die van haar. Ik heb meteen een dankbare portretserie van hem gemaakt: >hier volledig te zien<

Mediha's ezel op het oude dorpsplein

Mediha's ezel op het oude dorpsplein


Mediha's ezeltje

Mediha's ezeltje


Pas gekapte hoefjes

Pas gekapte hoefjes

Ons dorp Ibrahimpaşa heeft een boven- en benedendorp met een aparte historie. Het benedendorp is het het oude Babayan en is het historische Armeense en/of Griekse deel.
Alle huizen zijn in valleiwanden gehakt en bestaan uit grotten en aangebouwde tufstenen constructies met prachtige steendecoraties. Ze hebben aarden daken met gras erop en zijn groot: vijftien tot twintig ruimtes en een binnenplaats. Aangetrouwde families woonden er bij elkaar (de sülale) en hadden een economische verbondenheid en afhankelijkheid, die ze sterk en autonoom maakte in de zware klimatologische en geïsoleerde omstandigheid van het dorp en de Anatolische Hoogvlakte (zomer +40, winter -20).

De binnenplaats van het boerencomplex vormt het centrale deel en eromheen liggen de grotten en kamers. De grotten waren veelal de stallen, opslag en de keuken, een minifabriekje voor kaas, brood, inmaak en ander dagelijks voedsel.
De mensen leefden met de dieren want dieren geven gratis warmte en er kwamen toen geen kolen naar het dorp en hout was schaars. Cappadocië is steppegebied met aangeplante fruitbomen en druiven. De grootste grot met de tandir (steenoven) in de vloer was het absolute centrale punt van het huis waar de voedselbereiding plaatsvond op een warm vuur, en daar speelde zich het hele jaar het sociale leven af.

Het bovendorp is nieuw(er). Nadat de auto zijn intrede had gedaan, trokken ondernemende Babayanners het dorp uit en raakten hierdoor in goede doen. Ze verdienden met vervoer en handel in Turkije, maar reden ook op Syrië en Irak. Met die inkomsten bouwden ze hogerop langs de nieuwe dorpsweg betonnen huizen met grote voorraadschuren onder het huis en een parkeerplaats voor de truck. De armere gezinnen bleven beneden wonen en waren alleen te bereiken met de ezel of te voet. Zij bleven wie ze waren: keuterboertjes.

Het ‘nieuwe’ plein heette vroeger de ‘Harman’, de dorsvloer, en was het vrouwen-werkterrein waar de oogsten werden verwerkt tot voedsel. Erboven waren geen huizen meer. En een weg was er toen ook nog niet.
Tegenwoordig is het het centrum van het dorp en tot hier kunnen de auto’s komen via de asfaltweg om er te parkeren. Soms worden er gasten van ons opgehaald met de taxi en dan zeg ik dat ze op de Harman staan te wachten. De Turk glimlacht dan om het feit dat ik het ouderwetse woord ‘Harman’ gebruik, maar weet precies wat ik bedoel…

In het benedendeel van Babayan staat ons huis aan het oude dorpsplein dat toen ‘Toplantı Yeri’ heette, samen met de kleine kerk met beltoren (en later moskee), de dorpsbron met wasplaats en een openbaar toilet. Het was de openbare vergaderplek voor de mannen om te zitten en te praten over voornamelijk het geloof, de oogst, en de huwelijken. Het pleintje is nu leeg.
De vrouwen waren boven aan het werk op de ‘Harman’, en de mannen zaten te vergaderen op de ‘Toplantı Yeri’.

En eigenlijk is dat nog niets veranderd, behalve dat met de dorpse verschuiving naar boven de mannen tegenwoordig op de oude ‘Harman’ thee zitten te drinken en er hun ‘Toplantı Yeri’ van hebben gemaakt. De vrouwen werken gestaag door…

Ibrahimpaşa / Babayan

Ibrahimpaşa / Babayan


De 'Toplantı Yeri' naast ons huis in Babayan

De 'Toplantı Yeri' naast ons huis in Babayan


Paul zittend met de mannen op de vroegere 'Harman'

Paul zittend met de mannen op de vroegere 'Harman'


Dorpsvrouwen aan het werk...

Dorpsvrouwen aan het werk

Paul jarig

19/04/2009

gefeliciteerd!! (hou van je)